United4education nodigt je uit   2 comments

Uitnodiging 1 oktober

United4education presenteert zich!

En nodigt jou uit om mee te doen!

 
Op 1 oktober presenteren wij ons. Wij zijn United4education, een nieuw collectief dat de krachten verbindt van een brede groep scholen, leraren, docenten, onderzoekers en ouders die hun aanpak radicaal willen veranderen–of daar al mee bezig zijn. In duizend dagen willen wij een stevige basis leggen voor de transitie van het Nederlandse onderwijs.

Echte transitie[1] duurt langer dan duizend dagen, maar we willen de beweging, die leidt tot een totale transitie, in die tijd onomkeerbaar in gang zetten. Want wij denken dat leerlingen in Nederland nu niet het onderwijs krijgen dat het beste past bij de huidige maatschappij. Wij weten dat dat wel mogelijk is en willen de spotlights zetten op de radicale initiatieven die we al genomen hebben. We willen de beweging die al bestaat, verbinden en versterken, en daarmee de transitie versnellen. Dat lukt beter wanneer we met veel individuele deelnemers en representanten van veel verschillende deelnemende organisaties zijn. We nodigen iedereen die zich aangesproken voelt door dit initiatief en om daadwerkelijk mee aan te pakken, uit om op 1 oktober aanwezig te zijn bij de presentatie van United4Education in Beeld en Geluid in Hilversum.
 
Het onderwijs moet anders, want de samenleving verandert

Elk kind heeft recht op het beste onderwijs. Ouders moeten voetstoots ervan kunnen uitgaan dat hun kind op een school zit waar het uitstekend wordt voorbereid op een plek in de samenleving. Dit vinden we in Nederland zo vanzelfsprekend dat de vraag of dat ook werkelijk het geval is nauwelijks gesteld wordt. Zoals onze kinderen op dit moment naar school gaan, zo zijn we tenslotte allemaal groot geworden, toch?

Maar gaat het ook écht goed? Worden onze kinderen wel uitstekend voorbereid op hun plek in de samenleving van de toekomst? In vergelijking met andere landen doet Nederland het niet slecht. En toch beginnen steeds meer leerlingen, ouders, scholen en wetenschappelijke instituten zich zorgen te maken en de roep om verandering van het onderwijs klinkt steeds luider. Er is teveel aandacht voor het systeem en te weinig voor de mens: de leerling, de leraar, de ouder. De mens moet weer centraal komen staan, in plaats van het systeem. Het onderwijs 3.0 moet mensgericht, motiverend en stimulerend zijn, met zo weinig mogelijk bureaucratie. De samenleving verandert in rap tempo. Het gesprek over wat kinderen nodig hebben om deel te nemen aan de rap veranderende samenleving moet breed en op goede gronden worden gevoerd.

Dat vinden WRR, OECD en de Onderwijsraad ook

Scholen die wel de noodzakelijke vernieuwing bij de kop pakken krijgen nauwelijks serieuze aandacht en, erger, lopen het risico op verdachtmakingen en negatieve publiciteit. En dat terwijl die scholen zich gesteund weten door onder andere de WRR[2], de OECD[3] en de Onderwijsraad[4], die oproepen om het onderwijs te vernieuwen. Het onderwijs heeft volgens de WRR te weinig aandacht voor individuele behoeften en mogelijkheden van leerlingen. En volgens de OECD is er te weinig visie op wat we in Nederland met het onderwijs willen bereiken. De Onderwijsraad waarschuwt dat onderwijskwaliteit te smal wordt gedefinieerd, in alleen de resultaten op enkele kernvakken.

United4education verbindt en versterkt verschillende initiatieven

United4education wil een stevige basis leggen voor een noodzakelijke transitie in het onderwijs. United4education doet dit niet op basis van een heilig geloof of dogma, maar op basis van wetenschappelijke inzichten en bewezen praktijken, en benut daarbij de transitiewetenschap als leidraad. United4education maakt zichtbaar wat er allemaal gebeurt en brengt zo een beweging op gang in de richting van ‘wat is goed onderwijs in een sterk veranderende samenleving?’ wetende dat voor een werkelijke transitie tijd en blijvende inzet nodig is.

United4education is een samenwerking van verschillende organisaties en personen, die ieder op hun eigen manier de verandering in het onderwijs vormgeven. Die verschillen zijn onze kracht, omdat het duidelijk maakt op welke manieren er aan beter onderwijs gewerkt kan worden.

Het doel van United4education is om een onomkeerbare beweging naar een echte transitie in het onderwijs te realiseren in duizend dagen te bereiken. Ieder jaar op 1 oktober laten we zien hoe ver we zijn. Als de transitie onomkeerbaar zal zijn ingezet, heffen we onszelf op.

Wie nodigen we uit voor de bijeenkomst op 1 oktober?

Wij zijn op zoek naar scholen, organisaties, en personen in het onderwijs die concreet werken aan een wezenlijke vernieuwing van het onderwijs voor alle kinderen, dat voorbereidt op de huidige samenleving, veelal net buiten het zicht van anderen. Wij nodigen hen uit in gesprek gaan om deze initiatieven te versterken.

We vragen daarbij van je, dat je bereid bent verder te kijken dan alleen je eigen thema of project. Een omslag in het denken is immers nodig. Door de initiatieven en experimenten met elkaar te verbinden ontstaan transitiepaden, die elk een ander aspect van de transitie tot doel hebben, terwijl we diverse uitkomsten open houden. Tijdens de bijeenkomst gaan deelnemers binnen hun transitiepad[5] met elkaar aan de slag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan:

  • Moet het eindexamen blijven bestaan of moeten we kiezen voor een hele andere aanpak?
  • Leeromgevingen
  • De rol van ouders
  • Media
  • Ontwikkeling van leraren en leerlingen

En allerlei andere thema’s die uit de deelnemers zelf naar voren komen.

En we vragen van je om daadwerkelijk in actie te komen, om te komen tot een verandering van het hele systeem. Na 1 oktober volgen dan ook nog drie bijeenkomsten waar de stand van zaken van de transitiepaden met elkaar besproken wordt. Daarna wordt opnieuw een plan gemaakt voor het vervolg. Inzet is dus een groot palet aan deelnemers die zich concreet willen inzetten voor een fundamentele transitie. Iedereen blijft zijn eigen ding doen, maar we gaan meer verbinding maken en krachten bundelen.

Je kunt je opgeven op aanmeldingen@united4education.org. Deelname is kosteloos. Als je iets wilt eten, geef dat dan vooraf op, dan kun je voor weinig geld een daghap eten, vanaf 17.00 uur. De bijeenkomst begint om 18.00 uur en duurt tot uiterlijk 21.00 uur. Locatie: Beeld en Geluid in Hilversum. Als je je opgeeft voor de bijeenkomst betekent dat, dat je je committeert aan een vervolg.

Het precieze programma ontvang je binnen enkele weken. Er worden, kort, voorbeelden gegeven van geslaagde experimenten en ontwikkelingen en er is veel gelegenheid deel te nemen aan concrete transitiepaden.

Wel belangstelling, geen concrete plannen?

We houden je graag op de hoogte! Geef je e-mailadres door, en volg ons Twitter-account (@united4ed) voor het laatste nieuws. Voor de bijeenkomsten willen we ons nu vooral richten op mensen die een concreet initiatief hebben, dat we aan kunnen laten sluiten bij een van de transitiepaden.

Deelnemers aan United4Education zijn mensen van:

  • Nivoz/ Het Kind: Hartger Wassink
  • Operation Education: Claire Boonstra en Simone Haenen
  • Het Nieuwe Organiseren: Lenette Schuijt
  • The Crowd: Frans Droog
  • Mundium college: Jan Fasen
  • Agora: Sjef Drummen
  • De Balie: Rik Seveke
  • Universiteit Twente/ OU: Joseph Kessels
  • Beeld en Geluid: John Leek
  • Stad en Esch: Mark de Ruijter -Groenewold
  • ICT&E: Bob Hofman
  • The Learning Lab: Thieu Besselink
  • Hogeschool Arnhem Nijmegen: Esther van Popta en Guido Crolla
  • Knowmads: Guido Crolla
  • HAS Hogeschool: Evert Jan Ulrich
  • UniC Utrecht/ De Nederlandse School: Jelmer Evers
  • Liemers College: Harald Wiggers
  • Blogcollectief Onderzoek Onderwijs: Dick van der Wateren
  • Drift en Universiteit Rotterdam: Jan Rotmans (oprichter van deze groep)
  • Verbruggen Onderwijs Consultancy: Sandra Verbruggen (oprichter van deze groep)

 


[1] Met transitie bedoelen we: een nieuw gezichtspunt vanuit een nieuwe oriëntatie. Geen blauwdruk

[2] WRR: Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. Oktober 2013.

[3] OECD: Educational Evaluation and Assessment in the Netherlands. Strengths, Challenges and Policy Pointers. Mei 2014.

[4] Onderwijsraad: Een smalle kijk op onderwijskwaliteit. November 2013.

[5] Een transitiepad is een zoektocht, waarbij men de verschillende experimenten met elkaar verbindt en ook diverse uitkomsten open houdt. De richting waarin men zich beweegt, maar de definitieve uitkomst nog niet.

Posted 31/08/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

Tagged with ,

How To Train Your Robot   Leave a comment

Dick van der Wateren:

Wow! Dit is cool. De eerste codeerstappen voor kinderen. Kinderen hun eigen programmeertaal laten ontwerpen. De robots zijn hun ouders of andere mensen.

Originally posted on DrTechniko's Children's Stories and Games:

Last Sunday, I taught six kids of ages 5 to 7 how to program. “In what programming language?” you may ask. Well…I didn’t use a programming language, at least none that you know of. In fact, I didn’t even use a computer. Instead, I devised a game called “How To Train Your Robot”. Before I explain how the game works, let me tell my motivation.

I learned how to program during my freshman year at MIT when I was 19. It’s not because I didn’t have a computer at home or I hadn’t heard about programming languages. It was because (a) I thought programming was boring and (b) no one had told me why I should bother. In fact, my computer teacher in high school had told me “you don’t need to waste your time learning how to program. Now we have visual tools to build programs. Programming languages are…

View original 615 woorden meer

Posted 02/07/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

Commentaar op ‘Is een nieuw curriculum genoeg?’   2 comments

Dit is een reactie op het stuk dat Jelmer Evers op 22 mei op de groepsblog Onderzoek Onderwijs plaatste en dat ik als essentieel leeswerk aanbeveel. Het zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuw en op de wereld georiënteerd curriculum (in de zin die Gert Biesta eraan geeft). Zijn stuk is een kritische analyse van het rapport van de Onderwijsraad, ‘Een eigentijds curriculum’, dat onlangs verscheen.

Jelmer stelt het proces van curriculumontwikkeling voor als:

een permanente openbare beta [... w]aarbij de oplevering van een nieuw curriculum steeds als nieuwe mijlpaal dient.

Uitvoerders zijn ontwikkel- of design-gemeenschappen van leraren die in vakoverstijgende samenwerkingsverbanden werken aan een alomvattend curriculum.

Die ‘permanente openbare beta’, een open source curriculum dat voortdurend in ontwikkeling is en continu aan de praktijk wordt getoetst, is een van de baanbrekende aspecten van dit voorstel. Het tweede is de collectieve autonomie van leraren, die we al van ‘Het Alternatief’ kennen. En het derde is het impliciete voorstel om van het curriculum een existentieel curriculum te maken, waarbij vakoverstijgende verbanden worden gelegd.

Existentieel curriculum

De onderwijspedagoog Gert Biesta stelt dat het er in het onderwijs niet om gaat dat kinderen leren, maar dat ze iets leren, dat ze met een bepaald oogmerk leren en dat ze van iemand leren. Goed onderwijs kent in zijn opvatting drie domeinen: kwalificatie (kennis en vaardigheden), socialisatie (traditie, cultuur, normen en waarden) en subjectivering (de maatschappelijke vorming van de persoon). Daarvoor is een ‘existentieel curriculum’ nodig dat:

… het kind de kans [geeft] om in de wereld te komen. Dat is de taak van de school: niet bij jezelf blijven, maar buiten jezelf komen, in een plurale wereld. Het is jouw levenstaak om [...] een volwassen relatie aan te gaan met de ander en het andere.

Een existentieel curriculum is, met andere woorden, een curriculum dat vooral kijkt welke mogelijkheden verschillende vakken en vakgebieden bieden voor leerlingen om (aspecten van) de wereld te ontmoeten. Daarbij verstaan we onder wereld alles wat buiten de persoon bestaat, zowel de fysieke als de sociale wereld en zowel op kleine als op grote schaal. Het lijkt me dat de aanpak die Evers hier voorstelt aan deze criteria voldoet. Bovendien lost die, naar mijn mening in een klap een aantal problemen in het onderwijs op.

Het eerste is het probleem dat de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs worden bepaald door hogere bestuurslagen. Daarbij is de nadruk steeds meer op het economische en maatschappelijke nut van onderwijs komen te liggen en minder op de persoonlijke vorming. Het tweede, dat net als het vorige samenhangt met een neoliberale visie op onderwijs, is de overdreven waarde die wordt toegekend aan de meetbaarheid van onderwijsresultaten. Het gevolg is dat onderwijs geleidelijk reduceert tot datgene dat meetbaar is. Het derde is het probleem dat veel vernieuwingen in het onderwijs, voorgesteld als verbeteringen en oplossingen voor vermeende problemen, van bovenaf worden opgelegd. Vaak ontbreekt het de ‘vernieuwers’ aan kennis  en deskundigheid op het gebied van de onderwijspraktijk, met de bekende rampzalige gevolgen. Dit alles belemmert de professionele ontwikkeling van leraren, omdat ze zijn teruggebracht tot uitvoerders.

Sinds enige tijd wordt het onderwijs van hogerhand – en ook nu weer door de Onderwijsraad – opgeroepen meer aandacht te schenken aan ’21st century skills’, waaronder dan wordt verstaan: probleemoplossend vermogen, kritisch denken, creativiteit, sociale vaardigheden, culturele sensitiviteit en digitale geletterdheid. Los van het feit dat dit (op de laatste na) vaardigheden zijn zo oud als de mensheid en dat we er bovendien niet aan moeten denken dat die skills straks ook weer door Cito getoetst gaan worden, de manier waarop die moeten worden ingevoerd voorspelt weer weinig goeds. Commerciële curriculumontwikkelaars staan al weer klaar om ons, arme leraren, uit de brand te helpen.

Jelmers voorstel

  1. Het zwaartepunt en de verantwoordelijkheid komt bij de docenten te liggen, die de inhoud van het curriculum bepalen. Die zijn het meest deskundig op hun eigen vakgebied en kunnen het beste overzien hoe zich dat tot andere vakgebieden verhoudt.
  2. Ook de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitscontrole komt bij docenten te liggen, zoals bij andere beroepsgroepen gebruikelijk is. Nauwelijks verrassend voor een auteur van Het Alternatief.
  3. De door Jelmer genoemde ontwikkel- of design-gemeenschappen vormen de natuurlijke organisatievorm voor leraren, zowel binnen scholen als binnen samenwerkingsverbanden van scholen. Zulke design-gemeenschappen kunnen werken als een open source platform zoals dat voor software-ontwikkelaars, Github.
  4. Omdat het curriculum als open source wordt ontwikkeld lost dat meteen het probleem op van de veel te dure, beperkte en snel verouderende schoolboeken, die door uitgevers op de markt worden gebracht.
  5. Het door Jelmer Evers voorgestelde curriculum omvat alledrie domeinen van Biesta. Door – in tegenstelling tot de Onderwijsraad – ook het derde domein (subjectivering) erbij te betrekken, wordt het curriculum werkelijk relevant voor jonge mensen.
  6. Formatieve en summatieve toetsing, inclusief de eindexamens, zijn een integraal deel van dit alles omvattende curriculum.
  7. Het alom geprezen, maar in de praktijk nauwelijks gefaciliteerde, levenlang leren is een integraal onderdeel van de permanente curriculumontwikkeling zoals Jelmer Evers die voorstelt. En ook lerarenopleidingen zijn in dit voorstel geïntegreerd.
  8. Jelmer pleit voor een substantiële innovatiepot voor docenten, scholen en ontwikkelgemeenschappen, die direct de beschikking moeten hebben over deze fondsen.
  9. De Onderwijscoöperatie zou de spil moeten worden van curriculumvernieuwing.

Dit alles klinkt mij als muziek in de oren. Ik zie vergezichten van edcamps van alfa-, beta- en gammadocenten die vakoverstijgende curricula ontwikkelen die werkelijk relevant zijn voor jonge mensen die in deze tijd opgroeien. Ik hoop daar een bijdrage aan te kunnen geven.

Bronnen

Gert Biesta (2014). The beautiful risk of education. Boulder, Co: Paradigm Publishers. In september verschijnt de Nederlandse vertaling door René Kneyber.

René Kneyber en Jelmer Evers, 2013. Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!, uitgeverij Boom, Amsterdam.

Onderwijsraad. (2014). Een eigentijds curriculum. Den Haag. hier downloaden

Wat kan het Nederlandse onderwijs van de Dalai Lama leren?   4 comments

I don’t know.

I don’t know,” is het antwoord van de Dalai Lama aan een meisje dat hem vraagt wat de wereld verwacht van de jeugd. “Think more,” voegt hij eraan toe. Hij zal het later nog een paar maal zeggen.

Dit schijnbaar banale antwoord is een van de gedachten die ik meeneem van het bezoek van de Dalai Lama.

De afgelopen dagen was de Dalai Lama in Nederland en maandag 12 mei was hij de hoofdgast op het onderwijssymposium in Rotterdam, “Education of the Heart“. Het symposium draaide om de waarden ‘Wholeness‘, ‘Relationship‘ en ‘Responsibility‘ als uitgangspunten voor onderwijs in deze tijd. Het gaat in het onderwijs om meer dan alleen meetbare waarden. Je kunt zelfs stellen dat wat werkelijk belangrijk is, niet meetbaar is.

In zijn verslag van het symposium schreef Jeroen Goes hier over de moed, het vertrouwen en het doorzettingsvermogen die scholen (en iedere docent voor zich) nodig hebben om deze waarden in praktijk te brengen. Juist in moeilijke tijden en tegen de druk van buiten om beter te presteren. In zijn eerste stuk over het symposium schreef Jeroen dat het vooral de aanwezige kinderen waren die maar weinig woorden, of alleen muziek, nodig hadden om die waarden uit te drukken.

Uit de veelheid van die dag wil ik een boodschap halen die mij diep raakte.

I don’t know

Waarom is dit simpele en op het oog domme antwoord zo’n belangrijke boodschap voor het onderwijs?
Wij leraren zijn snel geneigd een uitgebreid antwoord te geven op een vraag van een leerling. Leerlingen verwachten van ons antwoorden, maar je kunt je afvragen of dat altijd een goed idee is.

Waarom is het vaak beter om te zeggen: ‘Ik weet het niet’?

In de eerste plaats weet ik niet alles en pretenderen dat ik wel alle antwoorden heb op vragen van mijn leerlingen, maakt me eerder zwakker dan sterker. Ze hebben snel door of ik hen afscheep met een half antwoord en zullen dan niet snel geneigd zijn om mij nog eens vragen te stellen over dingen die voor hen belangrijk zijn.

Als ik het niet weet, biedt ons dat de unieke mogelijkheid om samen op zoek te gaan naar een antwoord. Daar worden we allemaal wijzer van. Meestal ontdekken we dan dat een antwoord tot weer nieuwe vragen leidt, waardoor we nog meer kunnen leren. Het hoort tot de meest verrijkende en plezierige ervaringen die ik als docent heb.

Leerlingen willen graag weten wat het ‘goede antwoord’ is. Maar bestaat er wel zoiets als het ‘goede antwoord’? Ian Gilbert, een van de sprekers, deed met de deelnemers aan het symposium een paar denkoefeningen, die hij ‘Thunks‘ noemt. Hier een voorbeeld:

Wat is groter, A. de ziel van een pasgeboren baby of B. de ziel van een bejaarde?

Die vraag leidde tot levendige discussies in de zaal en het was niet verrassend dat de online stemming ongeveer 50-50 eindigde. Deze en andere vragen hebben niet één goed antwoord en zetten aan tot nadenken. Zie ook zijn website. Ook op andere terreinen dan dit soort levensvragen zou ik ‘Thunks‘ kunnen bedenken. Het kan ook mijn lessen in een ‘hard’ vak als natuurkunde verrijken.

Think more

Een antwoord kan het einde zijn van een denkproces. Niet voor niets zei de Dalai Lama: “Think more.” Citotoetsen en eindexamens, hoe belangrijk ook, zijn vaak weinig meer dan testen van aangeleerde truuks. De kwaliteit van het denkproces of de creativiteit beoordelen is veel moeilijker en in elk geval niet op deze manier meetbaar. Als wij vinden dat kritisch denken en creativiteit tot de leerdoelen van ons onderwijs horen, moeten we consequent zijn en daarvoor ook ruimte maken in onze lessen. Toetsen en examens (en de training ervoor) mogen die dan niet in de weg staan.

Think more” betekent ook: zoek je eigen weg, maak je niet afhankelijk van je leraar, stel je eigen vragen. Dat is wat leerlingen onafhankelijk maakt, hen leert nadenken, autonoom maakt. Het is bekend dat autonomie voor leerlingen de sleutel is tot motivatie. Hoe meer autonomie leerlingen hebben in mijn lessen, hoe meer ze gemotiveerd zijn om te leren.

Geen antwoord geven op vragen van leerlingen maakt dat niet ik als leraar hard moet werken, maar mijn leerlingen. Zie het boek van Smith en Gilbert, The Lazy Teacher’s Handbook. Mijn leerlingen vinden dat niet altijd leuk, maar uiteindelijk leren ze daar meer van dan wanneer ik alles voorkauw.

Als zelfs iemand als de Dalai Lama, die zijn hele leven heeft gestudeerd en nagedacht, kan zeggen: ‘I don’t know,’ moet ik dat ook durven. Durven toegeven dat ik niet alle antwoorden weet, erkennen dat niet alle vragen maar een antwoord hebben en vertrouwen hebben in de mogelijkheden van mijn leerlingen om over vragen na te denken.

Dat is de les van de Dalai Lama aan mij.

__________________________________________

Verder lezen

The Dalai Lama Center for Peace and Education: Educate the Heart

Ian Gilbert is co-auteur van ‘The Lazy Teacher’s Handbook: How your students learn more when you teach less,’ een boek dat ik iedere docent aanbeveel. Link.

Over leerlingen leren (of stimuleren) vragen te stellen:
The Right Question Institute, waar ook veel lesmateriaal te vinden is en informatie over het boek:
Dan Rothstein & Luz Santana, 2011. Make Just One Change: Teach Students to Ask Their Own Questions. Harvard Education Press, 184 pp.

Over autonomie en motivatie schreef ik voor het Blogcollectief Onderzoek Onderwijs:
Motivatie is ons werk
Geef leerlingen autonomie
En over creativiteit:
Welke rol speelt creativiteit in de les?

___________
Deze post verscheen eerder op de website van hetkind.

Posted 13/05/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

No Less Than the Trees and the Stars   Leave a comment

Dick van der Wateren:

A deeply touching story by a wise woman. Stephanie S. Tolan lost her husband and two sons, last year. Stef has published about gifted children for many years. After the passing of her loved ones, she shares her thoughts about ‘greatness’ and ‘success’. She ends her impressive story thus:

“Every difference has a place. Every life has meaning. Every life.

Will it be a meaning the children themselves will be able to recognize and value? Are we supporting them in that? Do we even know how to support them in that?

I suspect it has to start with the assurance that each of them has a right to be here, has a value to the larger story of humanity on Earth, no matter how like or unlike others they feel they are, whether they feel they fit or not, and no matter how long or short their time here may be. They surely need to see themselves as the hero of their own story. They have an innate right to make their own meaning of it, starting with who they are and what they love. What they do with that should grow from it, not be imposed from outside, or chosen to provide some external proof of their worth.

What can any other success or label, fame or fortune offer? If their story should end tomorrow, what will it have meant?”

Please, also read the ‘About’ page on her blog.

Originally posted on The Deep End:

In the more than thirty years I have written and spoken about the needs of gifted children and adults, I have shared a lot of my personal life. But after the last piece I wrote for this blog (December 2012) that life began to disintegrate, as did my ability to turn it into anything that would seem helpful to other people. Between April and July of 2013 I lost my husband of 49 years and the oldest two of our four sons.

Shell-shocked, I withdrew from the world except for a few obligations: Yunasa, the Institute for Educational Advancement’s camp for highly gifted kids and speaking as a member of the Columbus Group about Asynchronous Development at the World Council’s Conference in Louisville.

At that conference the argument between those (like the Columbus Group) who focus on giftedness as a developmental process innate to out-of-the-ordinary individuals (the child-centered view) and…

View original 1.597 woorden meer

Stroop de mouwen op   Leave a comment

Dick van der Wateren:

Een hartekreet van schoolleider Jan Fasen, waarin hij leraren oproept zelf het roer om te gooien in het onderwijs en niet langer af te wachten of de overheid de met de mond beleden intenties in praktijk gaat brengen.
Aan de slag dus!

Originally posted on Jan Fasen Things and Thoughts:

In het rapport Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) worden we gemaand om gepast ongerust te zijn. Het rapport beschrijft een lezenswaardige zoektocht naar toekomstige euro’s in een dynamische en onvoorspelbare wereld. De diepere wijsheid van het rapport ligt in een pagina’s lang pleidooi om onderwijs nadrukkelijk op het schild te heffen als urgente factor in het slagen van die zoektocht.

Transformeer het onderwijs naar een postindustriële opzet. Laat het vertrekpunt de individuele mogelijkheden van het kind zijn en niet het klassikale lesmodel. Ga uit van een individueel gericht dienstverleningsconcept in plaats van een industriële oriëntatie. Het halen van doelstellingen moet centraal staan, niet het uitgangspunt dat iedereen per se even lang op school moet zijn. Tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs zou realiseerbaar moeten zijn. Onderwijs moet geen grote disciplineringsoefening zijn om mensen geschikt te maken om te werken in grote bedrijven, enz. enz.

De…

View original 352 woorden meer

Posted 14/04/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

Over Creativiteit. Een avond in De Balie   Leave a comment

Gisteravond was er weer zo’n inspirerende avond in het kader van De Balie Leert in Amsterdam. Sprekers waren Barend van Heusden, hoogleraar Cultuur en Cognitie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en ikzelf. De avond stond als gewoonlijk onder leiding van de goed geïnformeerde en betrokken Felix Rottenberg.

In mijn verhaal stelde ik de vragen: Wat is creativiteit? Waarom is creativiteit in het onderwijs belangrijk? Hoe kun je creativiteit bij je leerlingen bevorderen? en: Kun je creativiteit meten? Barend van Heusden belichtte creativiteit vanuit het perspectief van kunst- en cultuuronderwijs en zette het in een theoretisch kader.

De grote zaal zat helemaal vol met een heel gevarieerd publiek van onderwijsmensen, onderzoekers, mensen uit de wereld van de cultuureducatie en redacteuren van onderwijsbladen. Ik vind het elke keer weer indrukwekkend hoe deze avonden mensen bewegen om van heinde en ver, van Eindhoven tot Meppel, naar De Balie te komen. We hadden een heel levendige discussie met elkaar en met de zaal, die door Felix als een jamsessie geleid werd. Je kunt de hele avond hier (terug)zien.

Op 14 juni organiseert De Balie een afsluitende dag over onderwijs, met workshops en een lange lezing van Barend van Heusden. Ik raad iedereen in het onderwijs aan daar aan deel te nemen.

Update 28/3/14

In de discussie had ik nog graag willen benadrukken dat het instrument van Lucas e.a. om creatieve ontwikkeling van leerlingen te monitoren heel goed gebruikt kan worden om je eigen creativiteit en die van je lessen tegen het licht te houden. Misschien maakt dat het schema van de vijf creatieve talenten nog wel waardevoller. Ik kan over mijn eigen lessen en andere bezigheden tenminste wel zeggen dat ik daar, in mijn eigen ogen, af en toe te kort schiet. Mooie reminder om daar wat aan te doen.

Hier nog eens dat overzicht uit Lucas e.a. (2013), met de talenten vet gedrukt en bij ieder drie kenmerken waarmee je jezelf, je lessen of je leerlingen af en toe kunt beoordelen.

nieuwsgierigheid
je verwonderen en vragen stellen
​onderzoeken en vragen stellen
​aannames aanvechten

volharding
onzekerheid toelaten
​moeilijkheden het hoofd bieden
​anders durven zijn

fantasie
met mogelijkheden spelen
​verbindingen maken
​intuïtie gebruiken

discipline
maken en verbeteren
​technieken ontwikkelen
​kritisch reflecteren

samenwerking
goed kunnen samenwerken
​feedback geven en ontvangen
​het ‘product’ delen

En nog wat

Dit is geen hiërarchie. Geen ge-Bloom alsjeblieft, met een piramide of zo! Al die elementen kun je als even belangrijk beschouwen. Soms is het ene wat meer ontwikkeld en soms (of bij iemand anders) weer een ander. Zie het als een handige checklist voor de feedback.

Bron

Lucas, B., G. Claxton and E. Spencer (2013), “Progression in Student Creativity in School: First Steps Towards New Forms of Formative Assessments”, OECD Education Working Papers, No. 86, OECD Publishing. http://dx.doi.org/10.1787/5k4dp59msdwk-en

Zie ook dit verslag op Cultuurhelden.

%d bloggers like this: