How To Train Your Robot   Leave a comment

Dick van der Wateren:

Wow! Dit is cool. De eerste codeerstappen voor kinderen. Kinderen hun eigen programmeertaal laten ontwerpen. De robots zijn hun ouders of andere mensen.

Originally posted on DrTechniko's Children's Stories and Games:

Last Sunday, I taught six kids of ages 5 to 7 how to program. “In what programming language?” you may ask. Well…I didn’t use a programming language, at least none that you know of. In fact, I didn’t even use a computer. Instead, I devised a game called “How To Train Your Robot”. Before I explain how the game works, let me tell my motivation.

I learned how to program during my freshman year at MIT when I was 19. It’s not because I didn’t have a computer at home or I hadn’t heard about programming languages. It was because (a) I thought programming was boring and (b) no one had told me why I should bother. In fact, my computer teacher in high school had told me “you don’t need to waste your time learning how to program. Now we have visual tools to build programs. Programming languages are…

View original 615 woorden meer

Posted 02/07/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

Commentaar op ‘Is een nieuw curriculum genoeg?’   2 comments

Dit is een reactie op het stuk dat Jelmer Evers op 22 mei op de groepsblog Onderzoek Onderwijs plaatste en dat ik als essentieel leeswerk aanbeveel. Het zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuw en op de wereld georiënteerd curriculum (in de zin die Gert Biesta eraan geeft). Zijn stuk is een kritische analyse van het rapport van de Onderwijsraad, ‘Een eigentijds curriculum’, dat onlangs verscheen.

Jelmer stelt het proces van curriculumontwikkeling voor als:

een permanente openbare beta [... w]aarbij de oplevering van een nieuw curriculum steeds als nieuwe mijlpaal dient.

Uitvoerders zijn ontwikkel- of design-gemeenschappen van leraren die in vakoverstijgende samenwerkingsverbanden werken aan een alomvattend curriculum.

Die ‘permanente openbare beta’, een open source curriculum dat voortdurend in ontwikkeling is en continu aan de praktijk wordt getoetst, is een van de baanbrekende aspecten van dit voorstel. Het tweede is de collectieve autonomie van leraren, die we al van ‘Het Alternatief’ kennen. En het derde is het impliciete voorstel om van het curriculum een existentieel curriculum te maken, waarbij vakoverstijgende verbanden worden gelegd.

Existentieel curriculum

De onderwijspedagoog Gert Biesta stelt dat het er in het onderwijs niet om gaat dat kinderen leren, maar dat ze iets leren, dat ze met een bepaald oogmerk leren en dat ze van iemand leren. Goed onderwijs kent in zijn opvatting drie domeinen: kwalificatie (kennis en vaardigheden), socialisatie (traditie, cultuur, normen en waarden) en subjectivering (de maatschappelijke vorming van de persoon). Daarvoor is een ‘existentieel curriculum’ nodig dat:

… het kind de kans [geeft] om in de wereld te komen. Dat is de taak van de school: niet bij jezelf blijven, maar buiten jezelf komen, in een plurale wereld. Het is jouw levenstaak om [...] een volwassen relatie aan te gaan met de ander en het andere.

Een existentieel curriculum is, met andere woorden, een curriculum dat vooral kijkt welke mogelijkheden verschillende vakken en vakgebieden bieden voor leerlingen om (aspecten van) de wereld te ontmoeten. Daarbij verstaan we onder wereld alles wat buiten de persoon bestaat, zowel de fysieke als de sociale wereld en zowel op kleine als op grote schaal. Het lijkt me dat de aanpak die Evers hier voorstelt aan deze criteria voldoet. Bovendien lost die, naar mijn mening in een klap een aantal problemen in het onderwijs op.

Het eerste is het probleem dat de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs worden bepaald door hogere bestuurslagen. Daarbij is de nadruk steeds meer op het economische en maatschappelijke nut van onderwijs komen te liggen en minder op de persoonlijke vorming. Het tweede, dat net als het vorige samenhangt met een neoliberale visie op onderwijs, is de overdreven waarde die wordt toegekend aan de meetbaarheid van onderwijsresultaten. Het gevolg is dat onderwijs geleidelijk reduceert tot datgene dat meetbaar is. Het derde is het probleem dat veel vernieuwingen in het onderwijs, voorgesteld als verbeteringen en oplossingen voor vermeende problemen, van bovenaf worden opgelegd. Vaak ontbreekt het de ‘vernieuwers’ aan kennis  en deskundigheid op het gebied van de onderwijspraktijk, met de bekende rampzalige gevolgen. Dit alles belemmert de professionele ontwikkeling van leraren, omdat ze zijn teruggebracht tot uitvoerders.

Sinds enige tijd wordt het onderwijs van hogerhand – en ook nu weer door de Onderwijsraad – opgeroepen meer aandacht te schenken aan ’21st century skills’, waaronder dan wordt verstaan: probleemoplossend vermogen, kritisch denken, creativiteit, sociale vaardigheden, culturele sensitiviteit en digitale geletterdheid. Los van het feit dat dit (op de laatste na) vaardigheden zijn zo oud als de mensheid en dat we er bovendien niet aan moeten denken dat die skills straks ook weer door Cito getoetst gaan worden, de manier waarop die moeten worden ingevoerd voorspelt weer weinig goeds. Commerciële curriculumontwikkelaars staan al weer klaar om ons, arme leraren, uit de brand te helpen.

Jelmers voorstel

  1. Het zwaartepunt en de verantwoordelijkheid komt bij de docenten te liggen, die de inhoud van het curriculum bepalen. Die zijn het meest deskundig op hun eigen vakgebied en kunnen het beste overzien hoe zich dat tot andere vakgebieden verhoudt.
  2. Ook de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitscontrole komt bij docenten te liggen, zoals bij andere beroepsgroepen gebruikelijk is. Nauwelijks verrassend voor een auteur van Het Alternatief.
  3. De door Jelmer genoemde ontwikkel- of design-gemeenschappen vormen de natuurlijke organisatievorm voor leraren, zowel binnen scholen als binnen samenwerkingsverbanden van scholen. Zulke design-gemeenschappen kunnen werken als een open source platform zoals dat voor software-ontwikkelaars, Github.
  4. Omdat het curriculum als open source wordt ontwikkeld lost dat meteen het probleem op van de veel te dure, beperkte en snel verouderende schoolboeken, die door uitgevers op de markt worden gebracht.
  5. Het door Jelmer Evers voorgestelde curriculum omvat alledrie domeinen van Biesta. Door – in tegenstelling tot de Onderwijsraad – ook het derde domein (subjectivering) erbij te betrekken, wordt het curriculum werkelijk relevant voor jonge mensen.
  6. Formatieve en summatieve toetsing, inclusief de eindexamens, zijn een integraal deel van dit alles omvattende curriculum.
  7. Het alom geprezen, maar in de praktijk nauwelijks gefaciliteerde, levenlang leren is een integraal onderdeel van de permanente curriculumontwikkeling zoals Jelmer Evers die voorstelt. En ook lerarenopleidingen zijn in dit voorstel geïntegreerd.
  8. Jelmer pleit voor een substantiële innovatiepot voor docenten, scholen en ontwikkelgemeenschappen, die direct de beschikking moeten hebben over deze fondsen.
  9. De Onderwijscoöperatie zou de spil moeten worden van curriculumvernieuwing.

Dit alles klinkt mij als muziek in de oren. Ik zie vergezichten van edcamps van alfa-, beta- en gammadocenten die vakoverstijgende curricula ontwikkelen die werkelijk relevant zijn voor jonge mensen die in deze tijd opgroeien. Ik hoop daar een bijdrage aan te kunnen geven.

Bronnen

Gert Biesta (2014). The beautiful risk of education. Boulder, Co: Paradigm Publishers. In september verschijnt de Nederlandse vertaling door René Kneyber.

René Kneyber en Jelmer Evers, 2013. Het Alternatief: Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!, uitgeverij Boom, Amsterdam.

Onderwijsraad. (2014). Een eigentijds curriculum. Den Haag. hier downloaden

Wat kan het Nederlandse onderwijs van de Dalai Lama leren?   4 comments

I don’t know.

I don’t know,” is het antwoord van de Dalai Lama aan een meisje dat hem vraagt wat de wereld verwacht van de jeugd. “Think more,” voegt hij eraan toe. Hij zal het later nog een paar maal zeggen.

Dit schijnbaar banale antwoord is een van de gedachten die ik meeneem van het bezoek van de Dalai Lama.

De afgelopen dagen was de Dalai Lama in Nederland en maandag 12 mei was hij de hoofdgast op het onderwijssymposium in Rotterdam, “Education of the Heart“. Het symposium draaide om de waarden ‘Wholeness‘, ‘Relationship‘ en ‘Responsibility‘ als uitgangspunten voor onderwijs in deze tijd. Het gaat in het onderwijs om meer dan alleen meetbare waarden. Je kunt zelfs stellen dat wat werkelijk belangrijk is, niet meetbaar is.

In zijn verslag van het symposium schreef Jeroen Goes hier over de moed, het vertrouwen en het doorzettingsvermogen die scholen (en iedere docent voor zich) nodig hebben om deze waarden in praktijk te brengen. Juist in moeilijke tijden en tegen de druk van buiten om beter te presteren. In zijn eerste stuk over het symposium schreef Jeroen dat het vooral de aanwezige kinderen waren die maar weinig woorden, of alleen muziek, nodig hadden om die waarden uit te drukken.

Uit de veelheid van die dag wil ik een boodschap halen die mij diep raakte.

I don’t know

Waarom is dit simpele en op het oog domme antwoord zo’n belangrijke boodschap voor het onderwijs?
Wij leraren zijn snel geneigd een uitgebreid antwoord te geven op een vraag van een leerling. Leerlingen verwachten van ons antwoorden, maar je kunt je afvragen of dat altijd een goed idee is.

Waarom is het vaak beter om te zeggen: ‘Ik weet het niet’?

In de eerste plaats weet ik niet alles en pretenderen dat ik wel alle antwoorden heb op vragen van mijn leerlingen, maakt me eerder zwakker dan sterker. Ze hebben snel door of ik hen afscheep met een half antwoord en zullen dan niet snel geneigd zijn om mij nog eens vragen te stellen over dingen die voor hen belangrijk zijn.

Als ik het niet weet, biedt ons dat de unieke mogelijkheid om samen op zoek te gaan naar een antwoord. Daar worden we allemaal wijzer van. Meestal ontdekken we dan dat een antwoord tot weer nieuwe vragen leidt, waardoor we nog meer kunnen leren. Het hoort tot de meest verrijkende en plezierige ervaringen die ik als docent heb.

Leerlingen willen graag weten wat het ‘goede antwoord’ is. Maar bestaat er wel zoiets als het ‘goede antwoord’? Ian Gilbert, een van de sprekers, deed met de deelnemers aan het symposium een paar denkoefeningen, die hij ‘Thunks‘ noemt. Hier een voorbeeld:

Wat is groter, A. de ziel van een pasgeboren baby of B. de ziel van een bejaarde?

Die vraag leidde tot levendige discussies in de zaal en het was niet verrassend dat de online stemming ongeveer 50-50 eindigde. Deze en andere vragen hebben niet één goed antwoord en zetten aan tot nadenken. Zie ook zijn website. Ook op andere terreinen dan dit soort levensvragen zou ik ‘Thunks‘ kunnen bedenken. Het kan ook mijn lessen in een ‘hard’ vak als natuurkunde verrijken.

Think more

Een antwoord kan het einde zijn van een denkproces. Niet voor niets zei de Dalai Lama: “Think more.” Citotoetsen en eindexamens, hoe belangrijk ook, zijn vaak weinig meer dan testen van aangeleerde truuks. De kwaliteit van het denkproces of de creativiteit beoordelen is veel moeilijker en in elk geval niet op deze manier meetbaar. Als wij vinden dat kritisch denken en creativiteit tot de leerdoelen van ons onderwijs horen, moeten we consequent zijn en daarvoor ook ruimte maken in onze lessen. Toetsen en examens (en de training ervoor) mogen die dan niet in de weg staan.

Think more” betekent ook: zoek je eigen weg, maak je niet afhankelijk van je leraar, stel je eigen vragen. Dat is wat leerlingen onafhankelijk maakt, hen leert nadenken, autonoom maakt. Het is bekend dat autonomie voor leerlingen de sleutel is tot motivatie. Hoe meer autonomie leerlingen hebben in mijn lessen, hoe meer ze gemotiveerd zijn om te leren.

Geen antwoord geven op vragen van leerlingen maakt dat niet ik als leraar hard moet werken, maar mijn leerlingen. Zie het boek van Smith en Gilbert, The Lazy Teacher’s Handbook. Mijn leerlingen vinden dat niet altijd leuk, maar uiteindelijk leren ze daar meer van dan wanneer ik alles voorkauw.

Als zelfs iemand als de Dalai Lama, die zijn hele leven heeft gestudeerd en nagedacht, kan zeggen: ‘I don’t know,’ moet ik dat ook durven. Durven toegeven dat ik niet alle antwoorden weet, erkennen dat niet alle vragen maar een antwoord hebben en vertrouwen hebben in de mogelijkheden van mijn leerlingen om over vragen na te denken.

Dat is de les van de Dalai Lama aan mij.

__________________________________________

Verder lezen

The Dalai Lama Center for Peace and Education: Educate the Heart

Ian Gilbert is co-auteur van ‘The Lazy Teacher’s Handbook: How your students learn more when you teach less,’ een boek dat ik iedere docent aanbeveel. Link.

Over leerlingen leren (of stimuleren) vragen te stellen:
The Right Question Institute, waar ook veel lesmateriaal te vinden is en informatie over het boek:
Dan Rothstein & Luz Santana, 2011. Make Just One Change: Teach Students to Ask Their Own Questions. Harvard Education Press, 184 pp.

Over autonomie en motivatie schreef ik voor het Blogcollectief Onderzoek Onderwijs:
Motivatie is ons werk
Geef leerlingen autonomie
En over creativiteit:
Welke rol speelt creativiteit in de les?

___________
Deze post verscheen eerder op de website van hetkind.

Posted 13/05/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

No Less Than the Trees and the Stars   Leave a comment

Dick van der Wateren:

A deeply touching story by a wise woman. Stephanie S. Tolan lost her husband and two sons, last year. Stef has published about gifted children for many years. After the passing of her loved ones, she shares her thoughts about ‘greatness’ and ‘success’. She ends her impressive story thus:

“Every difference has a place. Every life has meaning. Every life.

Will it be a meaning the children themselves will be able to recognize and value? Are we supporting them in that? Do we even know how to support them in that?

I suspect it has to start with the assurance that each of them has a right to be here, has a value to the larger story of humanity on Earth, no matter how like or unlike others they feel they are, whether they feel they fit or not, and no matter how long or short their time here may be. They surely need to see themselves as the hero of their own story. They have an innate right to make their own meaning of it, starting with who they are and what they love. What they do with that should grow from it, not be imposed from outside, or chosen to provide some external proof of their worth.

What can any other success or label, fame or fortune offer? If their story should end tomorrow, what will it have meant?”

Please, also read the ‘About’ page on her blog.

Originally posted on The Deep End:

In the more than thirty years I have written and spoken about the needs of gifted children and adults, I have shared a lot of my personal life. But after the last piece I wrote for this blog (December 2012) that life began to disintegrate, as did my ability to turn it into anything that would seem helpful to other people. Between April and July of 2013 I lost my husband of 49 years and the oldest two of our four sons.

Shell-shocked, I withdrew from the world except for a few obligations: Yunasa, the Institute for Educational Advancement’s camp for highly gifted kids and speaking as a member of the Columbus Group about Asynchronous Development at the World Council’s Conference in Louisville.

At that conference the argument between those (like the Columbus Group) who focus on giftedness as a developmental process innate to out-of-the-ordinary individuals (the child-centered view) and…

View original 1.597 woorden meer

Stroop de mouwen op   Leave a comment

Dick van der Wateren:

Een hartekreet van schoolleider Jan Fasen, waarin hij leraren oproept zelf het roer om te gooien in het onderwijs en niet langer af te wachten of de overheid de met de mond beleden intenties in praktijk gaat brengen.
Aan de slag dus!

Originally posted on Jan Fasen Things and Thoughts:

In het rapport Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) worden we gemaand om gepast ongerust te zijn. Het rapport beschrijft een lezenswaardige zoektocht naar toekomstige euro’s in een dynamische en onvoorspelbare wereld. De diepere wijsheid van het rapport ligt in een pagina’s lang pleidooi om onderwijs nadrukkelijk op het schild te heffen als urgente factor in het slagen van die zoektocht.

Transformeer het onderwijs naar een postindustriële opzet. Laat het vertrekpunt de individuele mogelijkheden van het kind zijn en niet het klassikale lesmodel. Ga uit van een individueel gericht dienstverleningsconcept in plaats van een industriële oriëntatie. Het halen van doelstellingen moet centraal staan, niet het uitgangspunt dat iedereen per se even lang op school moet zijn. Tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs zou realiseerbaar moeten zijn. Onderwijs moet geen grote disciplineringsoefening zijn om mensen geschikt te maken om te werken in grote bedrijven, enz. enz.

De…

View original 352 woorden meer

Posted 14/04/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

Over Creativiteit. Een avond in De Balie   Leave a comment

Gisteravond was er weer zo’n inspirerende avond in het kader van De Balie Leert in Amsterdam. Sprekers waren Barend van Heusden, hoogleraar Cultuur en Cognitie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en ikzelf. De avond stond als gewoonlijk onder leiding van de goed geïnformeerde en betrokken Felix Rottenberg.

In mijn verhaal stelde ik de vragen: Wat is creativiteit? Waarom is creativiteit in het onderwijs belangrijk? Hoe kun je creativiteit bij je leerlingen bevorderen? en: Kun je creativiteit meten? Barend van Heusden belichtte creativiteit vanuit het perspectief van kunst- en cultuuronderwijs en zette het in een theoretisch kader.

De grote zaal zat helemaal vol met een heel gevarieerd publiek van onderwijsmensen, onderzoekers, mensen uit de wereld van de cultuureducatie en redacteuren van onderwijsbladen. Ik vind het elke keer weer indrukwekkend hoe deze avonden mensen bewegen om van heinde en ver, van Eindhoven tot Meppel, naar De Balie te komen. We hadden een heel levendige discussie met elkaar en met de zaal, die door Felix als een jamsessie geleid werd. Je kunt de hele avond hier (terug)zien.

Op 14 juni organiseert De Balie een afsluitende dag over onderwijs, met workshops en een lange lezing van Barend van Heusden. Ik raad iedereen in het onderwijs aan daar aan deel te nemen.

Update 28/3/14

In de discussie had ik nog graag willen benadrukken dat het instrument van Lucas e.a. om creatieve ontwikkeling van leerlingen te monitoren heel goed gebruikt kan worden om je eigen creativiteit en die van je lessen tegen het licht te houden. Misschien maakt dat het schema van de vijf creatieve talenten nog wel waardevoller. Ik kan over mijn eigen lessen en andere bezigheden tenminste wel zeggen dat ik daar, in mijn eigen ogen, af en toe te kort schiet. Mooie reminder om daar wat aan te doen.

Hier nog eens dat overzicht uit Lucas e.a. (2013), met de talenten vet gedrukt en bij ieder drie kenmerken waarmee je jezelf, je lessen of je leerlingen af en toe kunt beoordelen.

nieuwsgierigheid
je verwonderen en vragen stellen
​onderzoeken en vragen stellen
​aannames aanvechten

volharding
onzekerheid toelaten
​moeilijkheden het hoofd bieden
​anders durven zijn

fantasie
met mogelijkheden spelen
​verbindingen maken
​intuïtie gebruiken

discipline
maken en verbeteren
​technieken ontwikkelen
​kritisch reflecteren

samenwerking
goed kunnen samenwerken
​feedback geven en ontvangen
​het ‘product’ delen

En nog wat

Dit is geen hiërarchie. Geen ge-Bloom alsjeblieft, met een piramide of zo! Al die elementen kun je als even belangrijk beschouwen. Soms is het ene wat meer ontwikkeld en soms (of bij iemand anders) weer een ander. Zie het als een handige checklist voor de feedback.

Bron

Lucas, B., G. Claxton and E. Spencer (2013), “Progression in Student Creativity in School: First Steps Towards New Forms of Formative Assessments”, OECD Education Working Papers, No. 86, OECD Publishing. http://dx.doi.org/10.1787/5k4dp59msdwk-en

Zie ook dit verslag op Cultuurhelden.

Wilders op school   Leave a comment

Dick van der Wateren:

Op haar blog Hoofd, Hart en Handen laat Maja Mischke zien hoe we in het onderwijs een antwoord kunnen geven op Wilders’ pogingen landgenoten met een andere achtergrond dan ons ‘eigen volk’ tot ongewenste burgers te maken.
Maja laat zien dat onderwijs meer is dan alleen kennis overdragen. Wij docenten hebben ook de belangrijke taak het leven voor te leven, jonge mensen op weg te helpen in de wereld waarvan ze deel uitmaken.

Originally posted on Hoofd, Hart en Handen:

SweelinckGebouw 365

Wilders weet hoe hij de mensen aan moet pakken. Daags na de gemeenteraadsverkiezingen ging het niet over de tegenvallende resultaten van de PVV, het desastreuze verlies van de PvdA (vier grote steden verloren!) of over de opkomst van D66. Nee, het ging alleen nog maar over Marokkanen en welke er dan wel of niet bedoeld werden, over racisme, over de jaren ’30 en nooit meer, over angst, over wie het altijd al gezegd had en wie niet, et cetera. Wilders kreeg ruimhartig meer dan zijn fifteen minutes of fame, want de kranten, de praatprogramma’s en de social media raakten er niet over uitgeraasd. Voorspelbaarheid kent geen tijd.
Maar op een gegeven moment zag ik een interessante tweet van Anja Vink voorbijkomen: “Wat ik me oprecht afvraag: hoe gaan leraren m/v vandaag in de klas om met de oproep van @geertwilderspvv?”

Varken

Gisteren was het voor mij de eerste lesdag…

View original 866 woorden meer

Posted 23/03/2014 by Dick van der Wateren in onderwijs

%d bloggers like this: