Bussemakers en de status van het leraarsvak   20 comments

Prima ideeën van onze onderwijsminister, vanmorgen in De Volkskrant. Geen kwaad woord daarover. Intakegesprekken en kwaliteitsverhoging bij lerarenopleidingen. Alleen de besten mogen voor de klas. Ruimte voor professionalisering, levenlang leren, ruimte voor groei. Het klinkt als een advertentie voor een topbaan. Laten we daar niet cynisch over doen, maar kijken hoe we deze doelen ook nu met beperkte middelen kunnen realiseren.

Toch een paar vraagtekens.

Jet en Sander hebben het beste voor met het onderwijs, maar is dat haalbaar in een tijd waarin de politiek overal mogelijkheden voor bezuiniging zoekt in plaats van investeert in vernieuwing? Ik wil het eens niet over de lerarensalarissen hebben. Die zijn inderdaad niet riant, maar voor de meesten van ons weegt het plezier van werken met jonge mensen ruimschoots op tegen de matige financiële beloning. Veel van de ideeën van de minister hoeven niet veel te kosten. Intakegesprekken voor toekomstige studenten aan de lerarenopleidingen, om hun geschiktheid en motivatie vast te stellen, kosten niets en leveren veel op. Voor haar andere plannen is dat maar de vraag.

Als je onder professionalisering verstaat regelmatig bijscholen, vakliteratuur lezen, lesmateriaal en leerlijnen ontwikkelen, intervisie en coachen van nieuwe docenten, kom je niet om de vraag heen: wie gaat dat allemaal betalen? Bij mij op school hebben we een groeiende groep hoogopgeleide en bevlogen docenten – waaronder een met een Harvardopleiding, gepromoveerden en native speakers engels en duits – die niets liever zouden willen dan zich verder professionaliseren. Alleen, waar halen ze met een voltijdsbaan de uren vandaan om naast lesvoorbereiding, toetsen nakijken en tijdrovende gesprekken met mentorleerlingen en ouders zich in hun vak en pedagogisch en didactisch verder te bekwamen? Zelfs jonge docenten, vaak ook nog met kleine kinderen, zijn na zes of zeven lesuren in bomvolle klassen ‘s avonds uitgeteld. Na het eten, als de kinderen naar bed zijn, moeten ze nog tot 11 of 12 uur toetsen nakijken en hun lessen voorbereiden. Dan blijft er maar weinig ruimte en energie over voor de broodnodige professionele ontwikkeling.

Daarnaast is het niet uitzonderlijk als je in een mentorklas 10 of meer leerlingen hebt, die extra begeleiding nodig hebben. Gescheiden ouders, ziekte, familieconflicten, leer- en gedragsproblemen, pestgedrag. Als je als mentor je werk goed wilt doen, ben je per week al gauw een uur of vier, vijf kwijt aan intensieve begeleiding, waar je niet voor wordt betaald.

Goedkope alternatieven

Als er geen geld is om leraren voor hun professionele ontwikkeling te betalen, is de oplossing eenvoudig: minder contacturen en de urennorm omlaag brengen van 1040 naar 800 uur per jaar. Nederlandse scholieren brengen meer uren in klaslokalen door dan in veel andere landen, terwijl de onderwijsresultaten niet beter zijn. Met minder, maar effectievere lessen verwacht ik dat de resultaten minstens even goed, maar waarschijnlijk beter zullen zijn dan nu. Immers, de vrijkomende uren kunnen we besteden aan onze professionalisering en de begeleiding van leerlingen die extra zorg nodig hebben.

Hoewel de geluiden uit Den Haag goed klinken, ben ik nog niet onverdeeld optimistisch over de uitwerking in de praktijk. Voorlopig waait er nog een schrale wind van meer testen, afrekenen op resultaten en de teugels strakker aanhalen. Bepaald geen klimaat waarin creativiteit en vernieuwing kunnen bloeien. Tijd voor alternatieven, die als voordeel hebben dat ze weinig kosten.

Behalve de urennorm verlagen heb ik nog een paar goedkope adviezen aan de minister. Laat de onderwijsvernieuwing voor de verandering eens over aan de experts. Wij dus, die dagelijks voor de klas staan en weten wat er moet verbeteren en hoe je dat moet uitvoeren. Bespaar ons alsjeblieft de adviezen van deskundigen die in hun leven nog geen dag voor een klas met kinderen hebben gestaan, adviezen waarvan iedere leraar kan zien dat ze in de praktijk niet gaan werken. Adviezen die bovendien vaak heel veel geld gekost hebben. Zet peperdure managementadviesbureaus aan de kant. Bouw geldverslindende organisaties af, die het onderwijs nauwelijks vooruit helpen. En als we dan toch bezig zijn, geef de echte deskundigen, ons dus, een plek in adviesorganen, zoals de Onderwijsraad, zodat we niet meer worden opgescheept met onuitvoerbare of zelfs schadelijke plannen.

Een leraar is een professional die een vak beheerst dat je pas na jaren goed in de vingers krijgt, zoals een ingenieur, een wetenschapper, een hersenchirurg – of zelfs een kunst, zoals een musicus, een beeldhouwer of een danser. Wij leraren mogen best wat trotser zijn op ons vak. Het lijkt zo eenvoudig, maar er zijn maar weinig mensen die het kunnen.

Posted 14/03/2013 by Dick van der Wateren in onderwijs, politiek

20 responses to “Bussemakers en de status van het leraarsvak

Subscribe to comments with RSS.

  1. De status van het leraarsvak kan pas omhoog als je als docent meer ruimte krijgt om meer kwaliteit te leveren. Ofwel minder lessen per week, minder leerlingen per klas. De tijd die dan vrij komt, besteden aan meer begeleiding op maat, lesmateriaal maken of aanpassen, bijblijven, aansluiten op de huidige (technologische) mogelijkheden, didactiek en leerinhoud afstemmen met collega’s, nieuwe docenten begeleiden, wat mij betreft het hele onderwijs herinrichten. Nu ben ik aan het einde van een lesdag inderdaad bekaf. Alleen als ik gratis overuren draai, kom ik slechts tot een klein deel van tot dat soort noodzakelijke invulling. Je zou, als je niet oppast, in het Nederlandse onderwijs bijna een “methodeslaaf” worden. Je lesjes afdraaien, proefwerkjes uit de bundel halen, veel nakijken en daarna vergaderen hoe we onze tekortkomingen kunnen minimaliseren en repareren. Het is bijna gedwongen ieder jaar hetzelfde rondje om de vijver doen, tijd voor vernieuwing is er amper. Wat een armoe! En dan heb ik het niet eens over geld. Je zou elke dag genoeg tijd moeten hebben om alle lessen degelijk voor te bereiden, om op je gemak het werk van leerlingen van feedback te kunnen voorzien, om enthousiast met je collega’s het onderwijs te verbeteren, om bij elkaar nieuwe ideeën op te doen, om het onderwijs aantrekkelijker en doeltreffender te maken. Het is een wonder dat ik nog in het onderwijs zit. Maar ik vind het leuk en ik houd vol. Toch hoop ik op een krachtige leider die het onderwijs de goede kant op kan duwen, die naar de juiste docenten luistert, die voor voldoende draagvlak kan zorgen, die de juiste beleidsvoorstellen doet, die helpt het leraarsvak meer status te geven, want vanzelf gaat het niet. Erger nog, als we niet oppassen, gaat het de komende periode, met wanhoopspogingen als het lerarenregister, alleen nog maar verder bergafwaarts.
    Eén gemeenschappelijke visie, één geluid, spreken met één mond, daar geloof ik niet in. Maar ik geloof wel in één gemeenschappelijk:
    “Nee, tot hier en niet verder!” Daarna waaieren we wel weer uit elkaar, met ieder een eigen weloverwogen koers. Verschil moet er blijven! Wat nodig is, zijn de randvoorwaarden om dat mogelijk te maken.

  2. Ik ben het met het meeste eens in het stuk. Wat mij betreft gaat het al fout bij de aanname ‘ze zullen het goed bedoelen’. Ik geloof dat niet. Tussen de regels door hoor je de mantra’s die passen bij twee partijen die al langere tijd hameren op ‘verantwoordelijkheid’. Van de overheid hoeven we niets, zo is de boodschap, meer te verlangen. Docenten moeten zelf het heft in handen nemen. Zoals ook gemeentes dat te horen krijgen. Wel altijd met minder geld, slechtere voorwaarden enzovoorts.

    Dit bericht valt in goede aarde bij groepen docenten die dadendrang hebben en eigenlijk stiekem ook maar vinden dat hun collegae een beetje achter blijven. Het resultaat is funest. Het is verdeel en heers. Het is jong tegen oud. Het is straks po tegen vo tegen ho. Docenten en vakbonden moeten dat niet toestaan. De rijen sluiten, en nu eens met 1 mond zeggen “Allemaal leuk en aardig, maar we geloven deze mooie woorden niet meer. We willen boter bij de vis. We accepteren het uitkleden van de arbeidsvoorwaarden niet meer.” enz enz. Ik vrees alleen dat men liever de lieve vrede bewaart, terwijl om ons heen de boel wordt afgebroken.

    • We moeten alle ruimte nemen die er is om het onderwijs te veranderen. Juist als po, vo en ho samen te werken aan een gemeenschappelijke visie op onderwijs en ons niet laten verdelen. De overheid is er om de randvoorwaarden te scheppen. Het zou geweldig zijn als een bewindspersoon het lef had om zich beleidsmatig op de achtergrond te houden en de inhoud van het beleid aan ons leraren over te laten.
      Ik wil ook een lans breken voor de schoolbesturen met een echte onderwijsvisie – die zijn er namelijk ook – en die de ballen hebben hun leraren door dik en dun te steunen in deze schrale tijden.

  3. Pingback: Bussemaker en de status van het leraarsvak | Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

  4. Het probleem is een beetje dat iedereen al jaren lang altijd het beste voor heeft met onderwijs, maar dat leraren en docenten daar niet zo veel aan hebben. Het is jammer dat we ons jarenlang zo hebben laten ringeloren door politiek en managers. Maar wie weet, er zit wel iets in de lucht van verandering naar een iets betere kant. Na 9 jaar MBO en bijna 29 jaar HBO ben ik nog steeds een niet cynische, wel enthousiaste en innovatieve docent. En ik geniet van de mogelijkheden van deze tijd om op de hoogte te blijven van wat er wereldwijd gaande is op het gebied van educatie. Dat maakt soms triest maar ook vaak blij als ik zie hoe velen knokken voor het teruggeven en terug krijgen van de onderwijsregie aan de deskundigen, namelijk leraren en docenten. Goed stuk. Bedankt.

  5. IJzersterke analyse dit. De intenties van de bewindslieden zijn helder en heel goed. Maar om dit goed uit te werken, lijkt een flink herontwerp van het onderwijs op zijn plaats. Zomaar 20% van de lessen wegsnijden, zoals jij stelt, moet natuurlijk gefundeerd gebeuren en niet met de kaasschaaf. Laten we eens goed kijken naar wat de rol van het onderwijs is.

    • Mee eens. Zomaar even 20% minder uren kan natuurlijk niet. Daarom nu werken aan visie op onderwijs en lesmethoden en didactiek ontwikkelen die de 800 lesuren effectiever maken dan de 1040 uren nu.
      Waar we niet op zitten te wachten is bewindslieden die beleid willen ontwikkelen dat bestaat uit nog meer betutteling van docenten en afrekenen op resultaten. Tenminste, als die resultaten uit niets meer bestaan dan de scores op standaardtoetsen en examens.

  6. Al zo lang denk ik dat het toch jammer is dat leraren en docenten zich hebben laten ringeloren door politiek en management. Wie weet breken er nu dan toch weer echt andere tijden aan. Hoognodig. Na 9 jaar MBO en bijna 29 jaar HBO nog steeds vol enthousiasme docent. Helemaal eens met je ideeën. Laat de leraren vooral ook zelf dat onderschrijven en zich laten horen. Mooi stuk dus, bedankt.

  7. Maar qua oplossingen helemaal goed…:-) Mooi artikel. Hopelijk gaan ze hier in Den Haag ‘s nadenken!

  8. Je schrijft “Intakegesprekken voor toekomstige studenten aan de lerarenopleidingen, om hun geschiktheid en motivatie vast te stellen, kosten niets en leveren veel op.” – dat is volgens mij niet zo. Zie Selecteren aan de poort. Enige bescheidenheid is op z’n plaats. Dat is geen cynisme, maar ervaring:-)

    • Daar heb je een punt. In 10 minuten iemand beoordelen lijkt me inderdaad wat hoog gegrepen. Maar het idee om mensen te vragen hun motivatie voor een studie onder woorden te brengen lijkt me niet verkeerd. Misschien moet je dat over een lange periode uitsmeren. Waar het om gaat is, aanstaande docenten te coachen op weg naar een succesvol leraarschap. En dat ook ‘mafketels’ een plek hebben in het onderwijs staat buiten kijf. Kijk maar naar mij ;-)

      • Vragen als ‘wil ik leraar worden?’, ‘wat is daar voor nodig?’, ‘kan ik dat?’ en zo maken deel uit van het curriculum en de begeleiding. Ernstige gesprekken waren dat soms…:-)

      • Mooi. Als daar niets meer te verbeteren valt, des te beter. Mijn belangrijkste punt is dat je met de huidige financiële middelen veel aan het onderwijs kunt verbeteren en veranderen. Voorwaarde is minder bemoeienis van de overheid, meer vertrouwen in onze deskundigheid en een sterker zelfbewustzijn van docenten.
        En een andere voorwaarde die ik hier nog niet noemde, maar waarover ik al een tijdlang schrijf: een visie op wat we oder goed onderwijs verstaan. Die mis ik in de meeste discussies.

  9. Geweldig om te lezen Dick ook bij mij uit het hart gegrepen.

  10. Zelden ben ik het meer eens geweest met een artikel. Dit is me uit het hart gegrepen Dick. En fijn dat je me wijst op het voorkomen van cynisme. Dat is namelijk wel wat in me opborrelde toen ik de minister begeleiding van nieuwe docenten hoorde betalen met de afschaffing van BAPO op de conferentie leraren met lef.
    Er zijn prachtige initiatieven op de werkvloer van bevlogen ervaren docenten, op het gebied van curriculum ontwikkeling, professionalisering, differentiatie. De dreiging van controles knipt de leraar zijn vleugels af, las ik ik een tweet afgelopen jaar.
    Dus eens met je oproep aan de minister: realiseer ruimte en kijk dan eens wat een bloemen er zullen bloeien.
    Dank je voor je blogpost.
    Dico

  11. Uitstekend stuk. Mij zeer uit het hart gegrepen!

    Hartelijke groet, Johan

    (Verzonden vanaf mijn Samsung Galaxy S2)

    Johan Bronsveld
  12. OCW heeft geen extra geld nodig om van het leraarschap een aantrekkelijker beroep te maken, en zo betere kandidaten te werven en behouden voor dat beroep. Zo heeft OCW met 38 miljard (verdubbeld tussen 1997 en 2010) allang voldoende budget om de lerarenbaan te normaliseren naar wat in andere westerse EU-landen gangbaar is, zowel qua lestaakomvang als qua klassengrootte. Alleen geven OCW en zijn partners, de schoolbesturen, dat geld liever aan andere dingen uit. Net als mijn baas, het Amarantis, dat deed.

    De gevolgen van dat beleid – de impopulariteit van het lerarenberoep, de daardoor afnemende kwaliteit en omvang van de instroom, de onder druk staande leerresultaten – willen zij niet onder ogen zien, laat staan erkennen. OCW wil letterlijk niet weten hoeveel leraren feitelijk onbevoegd voor de klas staan, wie het zijn, en op welke scholen ze werken. OCW wil niet weten van hoeveel, of liever hoe weinig, wetenschappelijk opgeleide leraren onze leerlingen uit het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs les hebben. OCW blijkt niet te weten hoe groot de klassen zijn in PO en VO (geeft geen informatie daarover door aan OECD). OCW wil niet weten hoe scholen het ontvangen belastinggeld uitgeven aan lesgeven en aan andere dingen dan lesgeven. OCW doet alsof de afnemende PISA-scores wel meevallen. Ach, wat niet weet, wat niet deert.

    Liever gooit OCW er een sloot geld tegenaan om de maatschappelijk in diskrediet geraakte leraar via een bureaucratisch meet-regel-evaluatie-‘appraisal’systeem tot ‘professionalisering’ te dwingen. Ook blijkt Hare Majesteits Onderwijsinspectie een vorm van Staatsdidactiek af te kondigen, door scholen en leraren niet alleen te beoordelen op het ‘wat’, maar ook op het didactische ‘hoe’. Dat oordeel stelt wetenschappelijk gezien niks voor, maar ach, de school en de leraar kunnen weer in gebreke worden gesteld: “u differentieert te weinig en u daagt de leerlingen te weinig uit”. De leraar is weer de pineut, en het leger aan advies-, assessment-, trainings-, coachings- en onderzoeksbureaus dat langs welke weg dan ook al jarenlang meeëet uit de OCW-ruif staat al te juichen.

    Bij ongewijzigd lerarenbeleid – en daar heeft het alle schijn van – zullen we steeds zwakker opgeleide leraren blijven toeleiden naar een structureel overladen en steeds hectischer beroep, waar we hen steeds meer onder druk zetten. We zetten leraren 26 lessen per week voor een hok met 30 pubers, en dwingen ze te differentiëren naar niveau en tempo en zich te voegen naar de eisen van het ‘passend onderwijs’, de ‘excellentieprogramma’s’ en ‘de digitalisering’. Problemen mee? Los het op via ‘peer coaching’, anders bouwen we een dossier over je op.

    Het zou zo anders kunnen zijn. Voor hetzelfde budget. Als maar niet de regelneven steeds aan de knoppen zaten, maar de leraren zelf. Echter getuige de samenstelling van de OCW-ambtenarij, de sectorraden, de schoolbesturen en de Onderwijsraad doet men zijn uiterste best om de leraren zelf van de knoppen af te houden.

    Alle mooie woorden op de ISTP2013 ten spijt, komt de bottom-line toch neer op “Wij vinden het reuze belangrijk dat leraren zich autonoom ontwikkelen onder onze regie, naar onze maatstaven, en met onze goedbetaalde inzet.”

    • Heel sterk, Michel. Met andere woorden, er is geen enkel excuus om het roer niet om te gooien. De ingrepen die nodig zijn hoeven maar weinig te kosten en als alle overbodige, geldverslindende en niet effectieve zaken worden afgebouwd, kan er zelfs worden bespaard.
      De voorwaarde daarvoor is dat de overheid de echte deskundigen de verantwoordelijkheid geeft voor het veranderingsproces en dat is niemand anders dan wij, die dagelijks voor de klas staan.
      Maar daar is ook voor nodig dat wij, de deskundigen dus, ons wat meer bewust zijn van en trots zijn op onze unieke expertise. Het zou voor een hersenchirurg absoluut ondenkbaar zijn dat een groep ambtenaren en consultants, die nog nooit een operatiekamer van binnen gezien hebben, haar vertelt hoe ze moet opereren. Ons vak doet in niets onder voor dat van bijvoorbeeld een chirurg. Laten we dus ophouden ons als onmondige kinderen te laten behandelen door de boven ons gestelden. Leraren, doe je mond open. Laat je horen en neem elke millimeter ruimte die we hebben om het onderwijs te verbeteren op de manier waarvan wij weten dat het werkt.

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: