Blogcollectief Onderzoek Onderwijs bestaat 1 jaar

Een jaar geleden startte ik, met een handjevol geestverwante docenten en onderzoekers de groepsblog Onderzoek Onderwijs. Inmiddels hebben we over aandacht niet te klagen. De blog heeft ruim 1500 abonnees en is in een jaar tijd meer dan 45.000 keer bezocht.

De discussie over klasgrootte die nu op onze groepsblog woedt, illustreert precies de reden waarom we daarmee een jaar geleden gestart zijn.
Wat is het toch dat mensen die zelf nooit een dag voor de klas hebben gestaan, laat staan een heel jaar of meer, allemaal een mening hebben over hoe wij, die dagelijks voor de klas staan, ons werk moeten doen. Politici, beleidsmakers, bestuurders, managers, adviseurs, onderzoekers; allemaal hebben ze een mening, die ze ons willen opdringen. Allemaal weten ze het beter, vaak met de beste argumenten, maar geen van allen hebben ze hun goedbedoelde adviezen zelf in de praktijk uitgevoerd. Neem nu klasgrootte. (Kijk op de groepsblog bij categorie klasgrootte en lees vooral ook de reacties op de artikelen.)

Onderzoek

Onderzoek heeft uitgewezen dat klasverkleining nauwelijks of geen invloed heeft op de onderwijssultaten. Niet de eerste de beste beweert dit. Professor John Hattie, een gerenommeerd onderwijsonderzoeker uit Nieuw Zeeland baseert zijn conclusies op meer dan 800 meta-analyses van meer dan 50.000 publikaties met gegevens over (naar schatting) meer dan 240 miljoen leerlingen. Hattie publiceerde daarover in zijn invloedrijke boek Visible Learning (2009). Die studie noemt een aantal factoren dat van grote invloed is op het leren van kinderen en jongeren, zoals: de verwachting die leerlingen over hun prestaties hebben, feedback, kennis vooraf, kwaliteit van de instructie, remedial teaching. Op een lijst van 138 invloeden op de kwaliteit van leren komt klasgrootte op plaats 106.

Geen wonder dat onderwijsonderzoekers, zoals Paul Kirschner concluderen:

Met andere woorden, op z’n best had klassengrootte geen effect en op z’n slechtst (en volgens zijn [Hatties] rekenmethode) een negatief effect.

Hoe verkleinen van klassen een negatief effect op de prestaties van leerlingen kan hebben laat ik maar even in het midden*. Helaas wordt dit soort wetenschappelijke conclusies door beleidsmakers kritiekloos aangenomen. Klasverkleining is namelijk een van de duurste ingrepen om onderwijs te verbeteren. Dus als de wetenschap zegt dat het geen of zelfs een negatief effect heeft is dat een goede reden daar geen geld in te steken. En misschien is dat wel een heel verstandige gedachte. Toch wil ik daar wat vraagtekens bij zetten.

Praktijk

Ik twijfel er geen moment aan dat veel andere factoren een grotere invloed hebben op de onderwijskwaliteit dan klasgrootte. Gerard Westhof geeft in zijn blog een goed bruikbare samenvatting van Hatties werk. Ook Hatties sympathieke boek ‘Visible Learning for Teachers’ uit 2012 staat boordevol goede tips over het verbeteren van lessen, waar docenten veel aan kunnen hebben. Ik beveel het van harte aan. Uit alles blijkt dat het vooral de kwaliteit van de docent, betrokkenheid, vermogen om te motiveren, feedback enz. bepalend zijn voor wat een leerling leert.

Toch kan ik met de beste wil van de wereld niet geloven dat klasgrootte maar zo’n klein effect heeft op de kwaliteit van de lessen. Wellicht als je het helemaal los van andere factoren bekijkt. Maar indirect, doordat het andere factoren beïnvloedt, zoals aandacht en zorg voor leerlingen, feedback en werkdruk, heeft het ongetwijfeld effect op de kwaliteit van de lessen. Ik ken niemand, die zelf voor de klas staat, die zegt dat het niets uitmaakt.

Het gaat me er absoluut niet om gelijk te krijgen in de discussie over klasgrootte (al is dat natuurlijk fijn voor iemand zo eigenwijs als ik). Waar het me vooral om gaat is dat allerlei maatregelen die direct invloed hebben op de werksituatie worden voorgeschreven zonder dat daarin leraren een stem hebben. Het kan best zijn dat een school, om niet in financiële problemen te raken, moet besluiten de klassen te vergroten. In die specifieke situatie kan de schoolleiding besluiten voor welke klassen en met welke docenten dat zonder grote problemen kan. Voor andere klassen (bijvoorbeeld met relatief veel zorgleerlingen) zou dat slecht kunnen uitpakken. Die schoolleiding doet er dan goed aan zich niet blind te laten leiden door grootschalige statistische onderzoeken, maar te vertrouwen op eigen oordeel. En eerst nog even kennis nemen van recent onderzoek, dat wel degelijk positieve effecten van kleinere klassen vindt. Zie bijv. Fredriksson e.a. (2013) of Blatchford e.a. (2011):

At primary and secondary levels smaller classes led to pupils receiving more individual attention from teachers, and having more active interactions with them. Classroom engagement decreased in larger classes, but, contrary to expectation, this was particularly marked for lower attaining pupils at secondary level. Low attaining pupils can therefore benefit from smaller classes at secondary level in terms of more individual attention and facilitating engagement in learning.

Praktijkonderzoek

De komende tijd gaan we op de groepsblog nadenken over methoden van onderzoek die meer recht doen aan de dagelijkse schoolpraktijk. Meta-onderzoeken, hoe indrukwekkend en solide ook, hebben het bezwaar dat ze de werkelijkheid reduceren tot een beperkt aantal meetbare factoren. Wij pleiten voor onderzoek dat minder abstract is en meer praktische bruikbaarheid heeft. We denken daarbij aan participerende observatie (een veredelde vorm van bij elkaar in de klas kijken) en actie-onderzoek. In ieder geval willen we dat docenten zelf een actieve rol hebben bij het onderzoeken van hun eigen lespraktijk, niet die van passief onderzoeksobject.

____________

* Overigens vergist Paul zich hier. ‘Class size’ heeft geen negatief effect, maar een zwak positief: ‘effect size’ = 0.21. (Hattie, 2009, Appendix B.)

____________

Bronnen

Peter Blatchford, Paul Bassett, Penelope Brown, 2011. Examining the effect of class size on classroom engagement and teacher-pupil interaction: Differences in relation to pupil prior attainment and primary vs. secondary schools. Learning and Instruction 21: 715-730.

Peter Fredriksson, Björn Öckert, and Hessel Oosterbeek, 2013. Long-term effects of class size. The Quarterly Journal of Economics 249–285. doi:10.1093/qje/qjs048.Advance

John Hattie, 2009. Visible learning: A synthesis of 800+ meta-analyses of achievement. London. Routledge.

John Hattie, 2012. Visible learning for teachers: Maximizing impact on learning. London. Routledge.

Over Dick van der Wateren

Sinds voorjaar 2017 heb ik een filosofische praktijk, De Verwondering, in Amsterdam. Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Daarnaast ontwikkel ik digitaal lesmateriaal en video's voor Flip de Klas. Daarnaast heb ik een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn tieners zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

Nog geen reacties ... Wees de eerste die een reactie plaatst!

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: