De kunst van lesgeven 5

Deel 1 van deze serie begon ik met:

“Sir Ken Robinson, de bekende Britse onderwijsvernieuwer, zegt het bij iedere gelegenheid: “Teaching is an art form.”
Goede leraren weten wat hun leerlingen inspireert. Ze zijn deskundig in hun vakgebied. Ze zijn pedagoog. Ze hebben aandacht voor de individuele behoeften van hun leerlingen en passen hun lessen daarop aan. Ze hebben een groot repertoire aan manieren om hun leerlingen te motiveren. Ze zijn een voorbeeld en een rolmodel.”

Alison Gopnik, professor of psychology and affiliate professor of philosophy at the University of California at Berkeley.

Voor ik verder ga met nadenken over wat fouten maken betekent in het onderwijs, even een paar opmerkingen als vervolg op mijn vorige post, over ontdekkend leren. Ik kwam een artikel van Alison Gopnik tegen in Science, dat alles bevestigt wat ik al jaren roep: kleine kinderen denken als wetenschappers. Iedereen die zelf kinderen heeft, kon dat natuurlijk allang weten. Kleine kinderen onderzoeken, experimenteren en verkennen op empirische wijze de wereld. Ontdekkend leren is, met andere woorden, de manier waarop mensen van jongs af aan leren. De abstract zegt:

New theoretical ideas and empirical research show that very young children’s learning and thinking are strikingly similar to much learning and thinking in science. Preschoolers test hypotheses against data and make causal inferences; they learn from statistics and informal experimentation, and from watching and listening to others. The mathematical framework of probabilistic models and Bayesian inference can describe this learning in precise ways. These discoveries have implications for early childhood education and policy. In particular, they suggest both that early childhood experience is extremely important and that the trend toward more structured and academic early childhood programs is misguided.

Kinderen zijn gemaakt om te leren

Gopniks artikel geeft verrassende inzichten in de wijze waarop jonge kinderen denken en onderzoeken. Was er heel lang gedacht dat kleine kinderen irrationeel, onlogisch en ‘precausaal’ waren en gericht op het hier en nu (Jean Piaget, 1929. The Child’s Conception of the World. Routledge, London), uit Alison Gopniks studie blijkt het tegendeel. Zuigelingen, peuters en kleuters benaderen de wereld om hen heen met methoden die sterk overeenkomen met methoden die in de wetenschap gebruikelijk zijn. En die jonge kinderen mogen dan larven zijn, ze zijn helemaal ingericht op efficiënt leren en hebben een beter inzicht in statistiek dan de meeste volwassenen.

In haar haar TED Talk van vorig jaar noemt ze kinderen de “Research and Develeopment department of the human species” en “babies’ brains the most powerful learning computers on the planet”. Kinderen hebben “open-mindedness, open learning, imagination, creativity, innovation”. In de video komt een allerschattigst jongetje voor dat een heel herkenbare wetenschapper neerzet.

Als ik naar haar luister, komt de vraag in me op wat we met die mooie, wetenschappelijke, leergierige kinderen doen in de loop van 10, 12 jaar onderwijs. Hoe komt het dat ze na jaren van in de klas zitten bij de ene na de andere betrokken en vaak uitstekende leerkracht veranderen in ongemotiveerde en luie pubers, die alles willen behalve naar school gaan en alleen maar voor een cijfer werken? Ik overdrijf, natuurlijk, maar het geeft een beeld. Ergens onderweg raken kinderen blijkbaar hun natuurlijke nieuwsgierigheid, ontdekkingslust en leergierigheid kwijt.

Ken Robinson geeft het antwoord, bijvoorbeeld in zijn boeken ‘The Element’ en ‘Out of our Minds’: in onze scholen is er heel weinig plaats voor creativiteit, het oplossen van problemen en zelf dingen ontdekken en uitvinden – precies die dingen die kinderen van nature doen. We kneden ze in een mal van een eenheidscurriculum, zetten hen onder druk met toetsen en leren hen dat op elke vraag maar één goed antwoord is. En vervolgens klagen we dat ze nooit eens iets willen leren buiten de lesstof en dat ze zich als hulpeloze babies gedragen.

Wanneer je vaststelt dat zelf ontdekken een heel krachtig middel is voor kinderen om te leren, doe je er verstandig aan ontdekkend leren een grote rol in het schoolprogramma te geven. Dan komt ook het moment dat je je moet afvragen welke rol fouten hebben in het leerproces. Dat is het onderwerp van een volgende post.

_______________________________

Bronnen

Pedro de Bruyckere noemde in zijn blog vorig jaar dit artikel dat vergelijkbare conclusies trekt over de manier waarop kinderen de wereld ontdekken:

Claire Cook, Noah D. Goodman, Laura E. Schulz, 2011. Where science starts: Spontaneous experiments in preschoolers’ exploratory play. Cognition 120, 341–349. http://web.mit.edu/eccl/papers/CookGoodmanSchulz2011.pdf

Alison Gopnik, 2010. How babies think. Scientific American. http://www.alisongopnik.com/Papers_Alison/sciam-Gopnik.pdf

Alison Gopnik, 2011. What do babies think? TED Talk http://www.ted.com/talks/alison_gopnik_what_do_babies_think.html

Alison Gopnik, 2012. Scientific Thinking in Young Children: Theoretical Advances, Empirical Research, and Policy Implications. Science 337, 1623-1627. http://www.sciencemag.org/content/337/6102/1623.abstract

Alison Gopnik heeft een aantal boeken geschreven. “The Scientist in the Crib”, is zeer aan te bevelen voor alle jonge ouders en iedereen die geïnteresseerd is in de manier waarop kinderen leren.

Alison Gopnik, Andrew N. Meltzoff and Patricia K. Kuhl. 2001. The Scientist in the Crib: What Early Learning Tells Us About the Mind. Harpers Collins Publishers.

Sir Ken Robinson, 2001 Out of Our Minds: Learning to Be Creative. Capstone. ISBN 1907312471[6]

Sir Ken Robinson, 2006. Why schools kill creativity – The case for an education system that nurtures creativity: TED Conference talk, Monterey, California. http://www.ted.com/index.php/talks/view/id/66

Sir Ken Robinson, 2009 The Element: How Finding Your Passion Changes Everything (with Lou Aronica). Viking. ISBN 978-0670020478

Over Dick van der Wateren

Sinds voorjaar 2017 heb ik een filosofische praktijk, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren. Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Ik heb een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn tieners zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

3 Reacties naar “De kunst van lesgeven 5”

  1. Dank je wel voor weer zo’n tegelijkertijd bemoedigend en ontmoedigend stuk, Dick. Wat zou het inderdaad fijn zijn als we leerlingen kunnen laten ontdekken en spelen met de nieuwe leerstof. Alle regeltjes maken dat lastig, ervaart elke docent. Nu zijn er natuurlijk met de nieuwe leermiddelen wel manieren om tijd vrij te organiseren voor het doen creëren. Door een ELO of een service als Google Drive of DropBox te gebruiken kan je het corrigeren de klas uit organiseren – zonder te vergeten te controleren of inderdaad het maakwerk gedaan is. Je verschuift dan een stukje verantwoordelijkheid naar je leerlingen. In de beperkte klassetijd kan je dan – in mijn vak bijvoorbeeld – gesprekjes en toneelstukjes maken; wedstrijdjes, raadseltekeningen met Franse beschrijving, of als je de luxe hebt van een iPad: een verhaaltje met Talking Tom, of met Puppet Pals. Je ziet in zo’n geval het in potentie zich vervelend jongetje ineens rechtop gaan zitten. Zo dát is tof! En als je iets tof vindt, leer je gemakkelijker. Toch?
    groet. Ik kijk uit naar je volgende stuk. Ook ik ben gek op fouten. (maak ze ook graag zelf 😉
    Dico

    • Hallo Dico. Het ontmoedigende zie ik niet direct. Je geeft zelf al aan dat er allerlei hulpmiddelen zijn om tijd vrij te maken om zelf te ontdekken. Als we de moed hebben om de studieplanner en het curriculum los te laten, zullen we zien dat er veel meer mogelijk is. Als je helemaal vrolijk wilt worden, kijk dan naar de TED talk van Sugata Mitra. Dan zie je hoeveel kinderen geheel op eigen kracht kunnen leren.

Trackbacks/Pingbacks

  1. Wat cognitieve psychologie ons kan leren voor de dagelijkse lespraktijk 1 « Blogcollectief Onderzoek Onderwijs - 15/10/2012

    […] Over de metastudie van Alison Gopnik heeft Casper al uitvoerig geschreven en ik zelf heb in mijn blog op 4 oktober opgemerkt: Als ik naar haar luister, komt de vraag in me op wat we met die mooie, […]

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: