Onderwijs2032. De broodnodige nuance

Afgelopen zondag en maandag was de langste Twitterdiscussie waaraan ik heb meegedaan. Die duurde van zondag 12 uur tot dinsdagochtend 8 uur. Daarna sputterde het nog een paar dagen door, wat helaas de kwaliteit van de discussie niet ten goede kwam. Aanleiding was mijn stukje Geklaag over Onderwijs2032 en daarna het vervolg op het stuk van Jelmer Evers en mij over de examens. Anderhalve etmaal werd er getweet door voor- en tegenstanders van het advies van de Commissie Schnabel en over de manier waarop de Onderwijscoöperatie de online discussie organiseert.

De weerstand tegen het advies concentreert zich op de persoon Paul Schnabel, terwijl die niets meer met de verdere uitwerking te maken heeft. Achteraf was het jammer dat tijdens de Buitenhofuitzending van 10 april geen po- of vo-leraar tegenover Karin den Heijer zat. Waarschijnlijk was het dan een meer genuanceerde discussie geworden, maar zoals een redacteur van het programma vantevoren aangaf: “Het moet wel leuke televisie opleveren.” Dan is de nuance blijkbaar minder interessant. Laten we samen proberen die nuance te vinden.

Waar kunnen de voor- en tegenstanders van ‘2032’ elkaar vinden? We kunnen het erover eens zijn dat, hoe verschillend we ook over onderwijs mogen denken, wij allemaal onze leerlingen het beste mee willen geven dat wij te bieden hebben.

Waar we het ook over eens kunnen zijn is dat dit de eerste keer is dat leraren in Nederland gevraagd wordt de inhoud van het curriculum mee te bepalen. Wereldwijd is dit tot nu toe ook maar zelden gebeurd. Wat mij betreft een kans die we niet voorbij mogen laten gaan, of we nou voorstanders zijn of tegenstanders van een curriculumvernieuwing.

Er tekenen zich, wat mij betreft, in de discussies de volgende thema’s af.

  • Het is goed zoals het is, dus waarom iets nieuws?
  • Het is een stelselwijziging en daar zitten we niet op te wachten.
  • Die wordt van bovenaf opgelegd en mist draagvlak onder leraren.
  • Leraren die hebben meegewerkt aan het advies en andere voorstanders zijn niet representatief.

Ik zal hierna zo goed mogelijk beide kanten van het debat weergeven. Als dat niet voldoende is gelukt, gelieve daar geen kwade opzet achter te vermoeden. Mijn standpunt is dat het hoog tijd is voor een curriculum dat jonge mensen helpt volwassen te worden en hen de bagage meegeeft die ze als burgers in de democratische samenleving en in een ingewikkelde wereld nodig hebben.

het is goed zoals het is

Tegenstanders van het advies zien geen noodzaak voor vernieuwing. Er is geen dwingende noodzaak om vakoverstijgend te werken. Vorming (persoonsvorming/subjectificatie en socialisatie; Biesta, 2015) wordt gezien als een taak die ofwel niet bij scholen thuishoort (“We moeten niet alle maatschappelijke problemen over het muurtje van de school gooien.”), of die scholen al in voldoende mate uitvoeren. Geen reden die in het curriculum op te nemen dus. Veel voorstanders van een nieuw curriculum juichen het juist toe dat ‘2032’ meer ruimte geeft aan vorming en vakoverstijgend onderwijs. Daarnaast kan het leiden tot grotere professionalisering van leraren. 

Wie het niet nodig vindt om op onze scholen aan maatschappelijke en persoonsvorming te doen hoeft maar te kijken naar de gang van zaken rond de Brexit. Daar zien we hoe mensen die zich niet (willen of kunnen) verdiepen in ingewikkelde kwesties zich laten ophitsen door opportunisten met eenvoudige slogans. Degenen met een meer genuanceerd verhaal leggen het daartegen af omdat ze worden weggezet als intellectuelen (verdacht) en landverraders. Ook in Nederland – net als elders op de wereld – is er een ontwikkeling waarbij het bon ton wordt om je mening niet te baseren op feiten en zorgvuldige redeneringen maar op simpele oneliners. Ook ontbreekt vaak een duidelijk en goed doordacht perspectief. Men is gewoon tegen. Tegen de Islam. Tegen vluchtelingen. Tegen de EU. Tegen de ‘elite’.

vorming nodig?

We hebben in de geschiedenis genoeg voorbeelden gezien waartoe het kan leiden wanneer mensen zich niet goed informeren en kritiekloos autoriteiten gehoorzamen. Ik zie vanuit onderwijsperspectief maar één goede (maar langetermijn-) oplossing voor deze angstaanjagende ontwikkeling. Dat is goed onderwijs, waarin we jonge mensen meer onderwijzen dan hetgeen in de schoolboeken staat en wat op het examen wordt getoetst. Dat is onderwijs dat jonge mensen leert autonoom en kritisch nadenken en dat hen voorbereidt op hun rol als volwassen deelnemers aan de democratische maatschappij.

Een sterke democratie heeft burgers nodig die verder kunnen kijken dan alleen hun persoonlijke belangen en die niet als kleine kinderen onmiddellijk hun behoeften willen bevredigen. Dat zijn burgers die zich kunnen en willen verdiepen in lastige kwesties en kritisch kunnen oordelen over de beweringen van willekeurig welke autoriteit. Burgers die zich ook realiseren dat ze niet overal verstand van hebben en dat ze belangrijke onderwerpen soms moeten overlaten aan gekozen volksvertegenwoordigers die zijn vrijgesteld om zich daarin te specialiseren. Die moeten dan wel weer gecontroleerd worden door kritische journalisten. 

Dat wil niet zeggen dat het onderwijs maatschappelijke problemen als duurzaamheid, armoede, racisme en migratie moet oplossen. Dat kan het onderwijs niet en dat is ook niet haar taak. Wel is het in deze tijd van het grootste belang dat we onze leerlingen helpen opgroeien tot goed geïnformeerde, autonome en kritische volwassenen die kranten kunnen lezen en zelfstandig kunnen oordelen over maatschappelijke kwesties. 

vakoverstijgend onderwijs nodig?

Wie vakoverstijgend onderwijs niet nodig vindt is niet op de hoogte van wat zich in de wereld buiten school afspeelt. Op vrijwel geen enkel terrein vinden nog baanbrekende ontwikkelingen plaats binnen één afgebakend vakgebied.

Klimaatverandering is, net als veel andere grote wereldproblemen, een onderzoeksterrein dat een groot aantal disciplines omvat. Op school wordt het behandeld in de lessen aardrijkskunde, terwijl je – om het klimaatprobleem goed te begrijpen – daarvoor gedegen kennis moet hebben van de fysische, chemische en biologische processen die daar invloed op hebben. Goed wiskundig inzicht is ook niet weg als je klimaatmodellen wilt begrijpen. En om de totstandkoming en implementatie van klimaatverdragen te begrijpen is kennis van geschiedenis en sociale processen belangrijk.

Ik noem expres klimaatverandering omdat het een onderwerp is waarover jongeren zich druk maken. Terecht, want hun generatie moet de rotzooi opruimen en de problemen oplossen waarmee de oudere generaties hen hebben opgescheept. Dan zullen we hen toch op zijn minst daarop moeten voorbereiden.

Interdisciplinair denken en werken is niet alleen voorbehouden aan (toekomstige) academici. In de technologie, informatica, zorg, design, mode, horeca, kunst, enz. vinden de interessante ontwikkelingen juist plaats aan de grenzen van twee of meer vakgebieden. En dat betreft ook jongeren die een beroepsgerichte opleiding volgen, de meerderheid dus.

Dit alles houdt niet in dat we onze leerlingen geen degelijke basiskennis en -vaardigheden bij hoeven brengen. Integendeel. Wie ergens kritisch over wil denken, creatieve oplossingen bedenken, zich over lastige kwesties een afgewogen mening wil vormen en wie de grenzen van een vakgebied wil verkennen, moet daarvoor terdege worden toegerust.  Over dat laatste zullen we het allemaal wel eens zijn.

van bovenaf opgelegd

Als je vindt dat het onderwijs moet blijven zoals het nu is, keur je impliciet de onderwijsveranderingen goed die vorige regeringen ons hebben opgelegd. De kritiek daarop wordt door vrijwel alle onderwijsgevenden gedeeld. In vroeger tijden was in ons onderwijs bepaald niet ‘alles beter’. Inmiddels leven we in een andere tijd die andere eisen stelt aan mensen die op het punt staan als volwassenen deel te nemen aan de democratische maatschappij. De vraag wat dat betekent voor ons onderwijs is daarom beslist legitiem. Ik zie ‘2032’ vooral als een aansporing en inspiratie om nieuwe wegen te verkennen. Ik heb me door het advies niet gedwongen gevoeld om iets te doen dat ik niet wil.

Waar we het over eens kunnen zijn is dat we nu al een grote vrijheid hebben in de manier waarop we ons onderwijs uitvoeren, het ‘hoe’. De inhoud van ons onderwijs, het ‘wat’ is al decennia lang vrijwel ongewijzigd. Dan is het goed om van tijd tot tijd stil te staan bij de vraag: ‘Wat is goed om te behouden, wat kan weg en wat hebben jonge mensen in deze tijd nodig dat we hen nu nog niet bieden?’ Dat geeft ons de gelegenheid om het wat en het hoe beter op elkaar af te stemmen.

Misschien is het tempo waarin de regering deze curriculumvernieuwing wil doorvoeren te snel. Daarnaast lijken de bezwaren tegen ‘2032’ en die tegen het Lerarenregister door elkaar te lopen, waardoor veel leraren mogelijk het gevoel krijgen dat ze alweer wat moeten. Misschien moeten we meer tijd krijgen om dit soort discussies te voeren om overeenstemming te krijgen over wat goed is en wat moet veranderen. Meer tijd ook om (online) netwerken op te zetten van scholen en leraren die verantwoordelijkheid nemen voor de ontwikkeling van ons onderwijs. Dat kan helpen om meer draagvlak te krijgen voor die ontwikkelingen.

stelselwijziging

Er wordt vaak als argument tegen de curriculumvoorstellen aangevoerd dat het om een stelselwijziging gaat. Terecht is men daar in het onderwijs huiverig voor. Diverse stelselwijzigingen waarmee we in het verleden werden opgescheept hebben het onderwijs niet bepaald vooruit geholpen. Of het in dit geval om een stelselwijziging gaat kan ik, eerlijk gezegd, niet goed beoordelen. Ik denk het niet, maar doet het er wat toe?

Belangrijk is dat leraren uitdrukkelijk worden uitgenodigd om de inhoud van het curriculum vorm te geven. Grijpen we die kans niet dan laten we de vernieuwing van het curriculum over aan instanties die verder van de onderwijspraktijk staan dan wij.

niet representatief

Ik verbaas me nog steeds over het argument dat leraren niet gehoord zijn bij de totstandkoming van het advies. Bijna een jaar lang is de commissie Schnabel het land doorgetrokken. Er is, ook vóór het advies uitkwam, veel aandacht voor geweest in de media. Iedereen die dat wilde kon zich op de hoogte stellen en meepraten. Dan is het achteraf flauw om te zeggen dat de voorstanders een kleine, niet-representatieve minderheid van de Nederlandse leraren zijn. Maar goed. Laten we verder praten.

Een groep van 20 leraren uit het po, vo en mbo (onder wie ikzelf) hebben in augustus 2015 het Manifest #Leraar2032 – In het curriculum toont zich de meester! geschreven en aan de Commissie Schnabel aangeboden. De BON schreef hier op 25 augustus over: 

Onder aanvoering van een aantal leraren dat zich al langer roert in de media is de groep leraar2032 opgericht (Trouw). Zij pleiten voor een nationale lerarenraad die leraren daarwerkelijk een stem geeft in het curriculum. Het manifest staat op de blog van Alderik Visser. De groep wordt ondersteund door de Onderwijscoöperatie waar BON onderdeel van is.

Goede zaak dat leraren hier actief zijn!

Het manifest werd via allerlei netwerken verspreid zodat iedereen die dat wilde commentaar kon geven – net als op een drukbezochte debatavond in De Balie. Veel van de suggesties van #Leraar2032 zagen we terug in het eindadvies Onderwijs2032.

Een van onze suggesties, die ook door BON werd onderschreven, was de oprichting van een Lerarenraad:

Deze Lerarenraad zorgt […] voor

  • Het op gang houden van een permanente dialoog met verschillende stakeholders over inhoud en doelen van onderwijs in de diverse sectoren;
  • Het (helpen) opzetten van een infrastructuur voor curriculumontwikkeling op micro-, meso- en macro-niveau die ingebed is in systemen van horizontale én verticale verantwoording (peer-review en inspectie);
  •  Het initiëren en op gang houden van feedbackloops op al deze niveaus met het oog op een permanente actualisering, afstemming en coördinatie van curriculumprocessen;
  • Het faciliteren en ondersteunen van leraren, scholen, opleidingen en hun aan te stellen curriculumcoördinatoren bij het invullen van dat raamwerk;
  •  Het bevorderen van kennisontwikkeling en kennisdeling onder leraren, en curriculumverantwoordelijken in de verschillende organen;
  •  Het verder (doen) uitbreiden van mogelijkheden tot co-creatie en digitale uitwisseling van leermiddelen via open-source-systemen;
  • De samenhang in steeds voorlopig vastgestelde curricula en toezicht op de implementatie ervan.  

Daar sta ik nog steeds achter. Zo’n Lerarenraad – met de daarmee verbonden netwerken – is de beste garantie dat de expertise van degenen die dagelijks voor de klas staan bepalend is voor de inhoud van het curriculum. In ons Voorstel voor een nieuwe aanpak voor het eindexamen en het Vervolg daarop stellen wij voor de ontwikkeling van het curriculum en de toetsing en examinering in één instituut onder te brengen. Dat zou de verantwoordelijkheid van de Lerarenraad kunnen worden.

bron

Gert Biesta (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Uitgeverij Phronese.

Over Dick van der Wateren

Sinds voorjaar 2017 heb ik een filosofische praktijk, De Verwondering, in Amsterdam. Daar heb ik gesprekken met volwassenen zowel als jongeren. Ik sta voor de klas op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem en begeleid dagelijks talentvolle en begaafde leerlingen die meer uitdaging nodig hebben, of coach leerlingen die een probleem hebben waar we samen een oplossing voor vinden. Ik heb een jarenlange ervaring als aardwetenschapper (o.a. in Antarctica en Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Werken met jongeren is mijn passie. Voor mij zijn tieners zo'n beetje de leukste mensen. Ze hebben een enorme levenslust, zijn creatief, hebben originele ideeën - soms op het bizarre af - en kunnen zich nog alle kanten op ontwikkelen. Ik beschouw het als een voorrecht aan die ontwikkeling te kunnen bijdragen.

22 Reacties naar “Onderwijs2032. De broodnodige nuance”

  1. Het artikel van Dick over de broodnodige nuances rondom Onderwijs 2032 vind ik erg goed. Hij geeft weer dat er niet alleen nadelen aan de voorgestelde onderwijsvernieuwingen zijn. Zoals Johan Kruijf gezegd zou hebben: elk nadeel heb z’n voordeel. Daarom is het goed om de door anderen genoemde nadelen wel als zorgpunten te zien en te onderzoeken welke risico’s deze met zich meebrengen.

    Alleen de nadelen opnoemen doe ik ook als ik iets niet wil. Bijvoorbeeld bij de beslissing om een hond in ons gezin op te nemen. Waarom wil ik dat niet? Alle verantwoordelijkheid voor het zorgen van een hond, 3-4 keer per dag uitlaten, opvoeden, etc.
    Door me zelf die vraag te stellen en daar eerlijk naar te kijken – alle voor- en nadelen op een rijtje te zetten – heeft dit onderzoekje me wat moois opgeleverd: we hebben nu een lieve en mooie Schotse herdershondje in huis rondlopen. En ja, het is veel werk en hij vraagt veel verzorging en aandacht. Het leuke is dat ik er ook veel voor terug krijg: een trouw maatje, speelsheid, ik leer grenzen stellen, etc. Mijn eerdere angst voor al die zwarte beren was wel reëel, maar te groot en ik zag daardoor de voordelen niet, die ik nu wel ervaar. Nu is dit een voorbeeld van een vrijwillige verandering in onze gezinssituatie, niet geheel door anderen bepaalt, wel deels door mijn andere huisgenoten. Ik weet uit meerdere eigen ervaringen dat veranderingen ongemak en spanning met zich meebrengen, en dat die vaak de zonkant overschaduwen.

    Leerlingen & studenten ervaren dit iedere dag als ze nieuwe dingen moeten leren: ze worden gedwongen om de les te volgen en de leerstof zich eigen te maken. Elke keer als ze wat nieuws leren, verandert er wat in hun hersenen en handelingen. Continue veranderingen, meestal niet vrijwillig en gestuurd door de eindtermen. Helaas niet bepaald door wat ze zelf graag zouden willen leren. Tja, als we naar onszelf kijken (ik ben ook docent) en zien dat we leerlingen/studenten verplicht veranderen, dan is de weerstand tegen leren in de klas te begrijpen. Maar zij zullen na het behalen van het diploma en mogelijk een aantal jaren daarna, wel het nut gaan inzien van wat ze geleerd hebben. De moeite van het leren en het veranderen wordt uiteindelijk beloond! De zonkant komt voor hen dus later wel in beeld.

    Misschien gaat dit ook zo werken voor ons, als we ons onderwijs gaan vernieuwen? Dat de voordelen pas later zichtbaar voor ons worden, tijdens of na de veranderingen?
    En wellicht kunnen we dan meteen iets doen aan het principe van het ‘leren-met-het-mes-op-de-keel’? Dat leerlingen & studenten weer/meer met plezier leren! Wordt het lesgeven nog leuker!

  2. Dick vindt deze nuance ‘broodnodig’. Ik ook. Maar als-ie echt zo ‘nodig’ was, denk ik dan, had hem dan direct in het rapport geschreven. Kennelijk ontbreekt-ie daar, anders was de aanvulling nu niet ‘broodnodig’. Nu werd er een rapport zonder de ‘broodnodige’ nuances naar de Kamer gestuurd. Erg jammer.

    Dick beklaagt zich over het feit dat er zoveel weerstand is tegen #Schnabel2032. Waarom? Een zeker standpunt innemen roept nu eenmaal weerstand op, en tegenargumenten. Ook ik vind #Schnabel2032 geen goed idee, en meen dat ik volledig in mijn recht sta als ik dat hardop zeg. Wat had Dick dan gedacht? Dat de Schabelianen weerstandsloos gelijk zouden krijgen? Dat kan niet.

    Sterker nog, ik meen dat ik een sukkel zou zijn als ik weerstandloos zou meegaan in een plan dat ik onzalig vind. Dick had er dus gewoon op moeten rekenen dat er weerstand zou komen, en dat hij op kritische vragen zou moeten antwoorden. Hoort erbij, Dick.

    In de Buitenhofdiscussie leverde een helder formulerende #Schnabel2032-tegenstander tegenover #Schabel zelf Dick te weinig nuance op. De tegenstander zelf bleef puur inhoudelijk en leverde *nul* kritiek op de persoon Schnabel; maar Dick houdt vol dat ‘de weerstand zich concentreert op de persoon Schnabel’. Ik vind dat een uitvlucht.

    Trouwens, Dick, we zijn allemáál voor nuances.

    Je meent dat een sterk argument vóór #Schnabel2032 is dat ‘dit de eerste keer is dat leraren het curriculum mogen meebepalen’; een ‘kans’ om te grijpen. Laat ik dat nou net een erg zwak argument vinden. Elk voorstel moet van mij op zijn eigen merites worden beoordeeld, ongeacht de politieke constellatie waarin het tot stand kwam. Bovendien bepalen leraren al jáááááren lang hun eigen curriculum, samen met hun vaksecties. Een heel goede zaak.

    Dick, ik houd je echt niet voor naïef – en schrijf je al helemaal geen ‘kwade opzet’ toe, zoals je zegt te vrezen. Maar als niet-naïeve weet jij óók dat er een risico is dat politici en/of adviseurs een clubje brave leraren aan het stuur zetten van een rapport dat hun goed uitkomt (we hebben dat eerder meegemaakt). Je weet óók dat het clubje geen mandaat heeft van de talloze beroepsbroeders en -zusters. Je weet óók dat het idee van zo’n clubje over ‘goed onderwijs’ beoordeeld, gewogen, bekritiseerd mag worden als elk ander idee. Waarom doe je dan alsof dit idee iets héél bijzonders is? En dat kritiek eigenlijk niet aan de orde is, vanwege ‘de grote kans’?

    Uiteraard heb jij alle recht op je eigen idee over ‘een curriculum dat jonge mensen helpt om volwassen te worden en de bagage meegeeft die ze in een democratische samenleving nodig hebben’. Prachtig, ga je gang, voer het op je eigen school in.

    Andere collega’s denken daar heel anders over; en ook dat moet hun gegund worden. Plus het recht om hun eigen ideeën op hun eigen school te verwezenlijken. Er bestáát domweg geen definitief evidence-based idee over wat voor curriculum voor iedereen het beste is.

    Zo blijkt uit *helemaal niets* dat het voor alle leerlingen het beste is om het idee achter #Schnabel2032, of welk bepaald idee X dan ook, centraal uit te venten. Ik vraag je scholen, en collega’s, de ruimte te geven om hun eigen opvatting van ‘goed onderwijs’ te munten zoals ik jou dat ook gun. Waarom zou je suprematie claimen waar die zo duidelijk ontbreekt?

    Een woord over het begrip ‘ruimte’. Je verlangt ‘ruimte’ voor vorming en vakoverstijgend onderwijs. Maar heb je die ‘ruimte’ dan nu niet? Hebben scholen die niet? Hebben vaksecties die niet? Ik denk van wel. Ik denk dat de overheid nu vrijwel geen beperkingen stelt aan die ‘ruimte’, en dat je van een van overheidswege ingesteld ‘nationaal curriculum’ dus ook niks extra’s te verwachten hebt.

    Wel zouden we met zo’n ‘nationaal curriculum’ collega’s tekort die over vorming & vakoverstijgend onderwijs anders denken dan jij. Ik kan me slecht voorstellen dat dit is wat jij wilt; eist zelfs. Of vergis ik me?

    De retorische figuur om tegenstanders van #Schabel2032 weg te zetten als lieden die ‘het niet nodig vinden om aan vorming te doen’, als slecht geïnformeerde, slechts op persoonlijk belang lettende lieden die zich nergens in verdiepen en zich laten ophitsen door opportunisten met slogans, als kritiekloze lieden die ‘genuanceerden (als jij) wegzetten als landverraders’; die retorische figuur smaakt mij niet. Ik parkeer hem maar, uit het zicht.

    Ook de uitgedrukte beleidsvoorkeur dat een clubje (‘elite’?) van zelfbenoemde goedgeïnformeerde, kritische, zich verdiepende, onbaatzuchtige leraren die hun eigenwijze plan ongestoord en in goed vertrouwen ‘overlaten aan gekozen volksvertegenwoordigers’ die slechts door ‘kritische journalisten’ worden gecontroleerd, komt mij niet voor als verstandig. Die lijn werkt vormen van cliëntelisme in de hand en van politiek scoren over de ruggen van (de rest van) de beroepsgroep. En nogmaals: het mandaat voor zo’n clubje ontbreekt ten enenmale.

    Over ‘kritische onderwijsjournalistiek’ als beleidsbijsturend instrument zwijg ik maar. De onderwijsjournalistiek heeft in Nederland sedert jaren een triest dieptepunt bereikt, doorgaans op pagina 17 ergens rechtsonderaan. Tenzij er een lekker schandaal te melden valt, dan staan ‘we’ op de voorpagina of op z’n ergst op pagina 3.

    Je breekt een lans voor ‘interdisciplinair denken & werken’. Daarbij passen kritische vragen als ‘kan dat nu niet al?’, ‘gebeurt dat nu evident slecht dan?’ en ‘waarom moet daarover een centrale oekaze worden uitgevaardigd?’. Op geen van deze serieuze vragen geeft #Schnabel2032 een navolgbaar antwoord.

    Je wijdt enkele woorden aan het verondersteld verplichtende karakter van #Schnabel2032. Je zegt dat je dat niet ‘voelt’ en dat het voor jou slechts een vrijblijvende ‘aansporing’ is. Deze gedachte staat echter haaks op wat je daarvoor schreef, namelijk dat #Schnabel2032 het onderwijs-zoals-het-nu-is wil veranderen, dat het plan gaat over “de” inhoud van “het” curriculum, dat “we” dingen moeten wegdoen uit het bestaande curriculum, en dat “volksvertegenwoordigers” hierover iets op nationaal niveau te beslissen moeten hebben. Ook lees ik in het rapport geen waarschuwende woorden aan de bewindspersonen om het advies vooral niet verplichtend in te voeren. Kortom, ik zie geen reden tot gerustheid op dit vlak voor andersdenkende collega’s. En als je kritisch bent, zie jij die reden ook niet.

    Ter vergelijking: het ‘gevoel’ van leraren die het lerarenregister ‘ervaren’ als ‘iets dat moet’, bedriegt hen niet. Immers: het moet! Het is bij wet geregeld. Het is geen aansporing, en geen vrijblijvend leuk dingetje. Zo gaat dat, met leuke ideetjes die de bewindspersonen & de Kamer worden aangeboden, die er leuk mee kunnen scoren; ongeacht het draagvlak in de beroepsgroep. Elke kritische onderwijsvolger heeft dat allang in de gaten. Dus kom niet aan met #Schnabel2032 als leuke vrijblijvende aansporing.

    ‘Het doet er niet toe’, schrijf je, ‘of het om een stelselwijziging gaat of niet’. Dit kan ik met de beste wil van de wereld niet geloven. Hooguit als rationalisatie, en dan nog. Ik zou het ook roekeloos vinden van de Schnabelianen, als die een stelselwijziging voorstelden terwijl ze niet in de gaten hebben én niet eens willen weten of hun voorstel een stelselwijziging betreft.

    Tot slot: de dooddoener dat ‘leraren de kans moeten grijpen om het curriculum nader in te vullen’. Ik geloof er geen barst van dat de >100.000 collega’s in den lande te dom zijn om in te zien welke strik hier voor hen wordt gezet. “Niet zeuren over het plan; doe mee met de invulling”. Ik kan het bijna niet geloven, en al helemaal niet uit jouw mond. Je kunt het nog zo mooi verpakken als ‘uitnodigen’ en ‘kans grijpen’, maar feit blijft dat jij domweg wilt dat je collega’s zich bij het plan neerleggen en zich slechts bepalen tot de ‘nadere invulling’. Met een stukje bangmakerij omdat ‘als wij het niet doen, de slechteriken het doen’.

    Dick, even eerlijk zijn, je wéét dat #Schabel2032 de ideeën van slechts een klein kluppie leraren (en niet-leraren) vertegenwoordigt. Ik vind dat jij je te goed moet voelen om je als schoenlepel & glijmiddel te laten gebruiken om die ideeën politiek centraal uit te venten, en daarmee op te leggen, aan alle collega’s, ongeacht wat die er verder van vinden.

    Je weet óók dat van je idee van een ‘Lerarenraad’ vooralsnog helemaal niks komt. Het is een leuk strikje op de cadeauverpakking van #Schabel2032. Maar na het uitpakken wordt dat pakpapier mét strikje weggegooid.

    • @hannesminkema nogmaals: over welk niveau spreek je? Het nationale niveau (macro), het mesoniveau (scholen) het microniveau (lessen)? En hoe doet het ertoe dat 2032 vooralsnog een plan voor het plannen van plannen is, zich dus zeg maar op meta-niveau begeeft? De discussie zou zo veel prettiger gevoerd kunnen als we weten waar we precies over spreken. Veel kritiek, zo komt het me voor, plaatst de plannen van 2032 op dat meso-niveau, sommige zelfs nog lager, maar daar is het plan naar mijn gevoel geen plan voor. Het is mi een verkenning van ideeën voor het macro-niveau – een landelijk kader dus. De centrale vraag is daarmee: wat is een zinvol overkoepelend kader voor een doorlopend curr voor het funderend onderwijs dat versnippering en overlading tegengaat en tegelijk de veelvormigheid van het NL onderwijs op meso- en micro-niveau intact laat? Dat is de vraag die gesteld is en wordt, en volgens mij is het aan de orde om het daarover te hebben. Al het andere is zonde van de energie en de tijd. Dus: wat betekent het ‘meer van minder’ voor het vak Nederlands? Hoe kan centrale toetsing wel aansluiten bij inhoud ipv het in de wielen te rijden? en hoe kan Nederlands het onderwijs in andere vakken versterken en vice versa?! Dat lijken me geen nutteloze vragen – sterker nog, het zijn vragen die volgens mij nogal leven in het NL veld …

    • Beste Michel,
      Dank voor je uitvoerige commentaar. Voordat ik op je terechte kritiekpunten inga wil ik eerst een paar misverstanden en foute lezingen van mijn stuk uit de weg ruimen. Die maken de discussie niet helderder.
      Als je goed had gelezen had je gezien dat het begrip nuance niet sloeg op de discussie als zodanig – ik heb er geen enkel bezwaar tegen dat mensen het met mij oneens zijn, waar haal je dat vandaan? – maar op de toon van de discussie zoals die op Twitter werd gevoerd. Wie bewust mensen verdacht gaat maken met beweringen dat zij op de loonlijst staan van de Onderwijscoöperatie en vervolgens een foto verspreiden met het bijschrift ‘usual suspects’ vergiftigt naar mijn mening de discussie. Die zijn wat mij betreft geen serieuze partners voor het gesprek over de inhoud en/of de wenselijkheid van een curriculumvernieuwing. Het tientallen keren herhalen van kreten in de trant van ‘Schnabelonzin’ verstopt onze tijdlijnen en saboteert het gesprek. Ik ben inmiddels (tijdelijk) gestopt met Twitter en heet iedereen die een goed gesprek wil welkom op mijn blog, vandaar dat ik je reactie heb geplaatst.
      Ik wil voorstellen de naam Schnabel uit de verdere discussie te laten. Hij heeft niets meer met de uitvoering van zijn advies te maken, dus steeds maar zijn naam noemen maakt niets helder.
      Wat betreft je opmerking dat leraren “al jáááááren hun eigen curriculum” bepalen: lees nog eens de reacties van Alderik Visser en Annemiek Staarman over macro-, meso- en microniveau. Inderdaad kunnen wij leraren het curriculum op schoolniveau in grote mate zelf bepalen. Waar het om gaat is een landelijk kerncurriculum vast te stellen en dat moeten wij niet (uitsluitend) aan de overheid overlaten. Dat leraren uitgenodigd worden om daar hun invloed op te laten gelden is wel degelijk nieuw in Nederland. Als jij daar geen zin in hebt, prima, maar dan geef je de verantwoordelijkheid uit handen.
      Met de alinea die begint met “Je wijdt enkele woorden aan het verondersteld verplichtende karakter …” ben je me helemaal kwijt. Je klutst hier een paar delen van mijn stuk door elkaar. In de eerste plaats is voor mij een ‘aansporing’ bepaald niet vrijblijvend. Maar dat daargelaten, dat van die volksvertegenwoordigers had berekking op heel iets anders.
      Dat brengt me op een andere opmerking van jou over een veronderstelde retorische figuur “om tegenstanders van #Schabel2032 weg te zetten als lieden die ‘het niet nodig vinden om aan vorming te doen’, als slecht geïnformeerde, slechts op persoonlijk belang lettende lieden die zich nergens in verdiepen en zich laten ophitsen door opportunisten met slogans, als kritiekloze lieden die ‘genuanceerden (als jij) wegzetten als landverraders'[…]” Dit grenst aan kwaadwilligheid. Ik ga er voor de goede vrede maar van uit dat je mijn stuk alweer niet goed gelezen hebt of, doordat je opgewonden geraakt was van mijn argumenten delen met elkaar in verband brengt op een manier die ik niet heb bedoeld.
      Ik stop nu even om rustig na te denken over een weerwoord op de serieuzere punten die je noemt. Ik deel beslist ook een paar kritiekpunten en wil graag met jou kijken waar we elkaar kunnen vinden. Dan vertrouw ik er wel op dat mijn woorden niet op een verkeerde manier door elkaar worden gehusseld.

  3. Ik heb mijn reactie op deze blog , De broodnodige nuance, en de uit de hand lijkende te lopen discussie over Onderwijs2032 geplaatst in een eigen blog omdat de lengte ervan niet meer past in deze reactieruimte.
    http://aowiskunde.blogspot.nl/2016/07/vraagtekens-bij-de-discussie-over.html

  4. Dit artikel schetst toch een ander beeld over de mogelijkheden tot inspraak:
    https://decorrespondent.nl/4486/Reconstructie-Onderwijs2032-een-schoolvoorbeeld-van-schijninspraak/356426158-f6c2cb6c

    Wat is nu waar?

  5. “Vernieuwing” heeft in het onderwijs bij de dissidenten een eigen betekenis gekregen, nl nieuwlichterij die het onderwijs veel schade berokkent; vernieuwling en oplichterij. Als een tegenstander van onderwijs 2032 al gezegd zou hebben geen noodaak voor vernieuwing te zien bedoelt hij dat de vernieuwling gestopt moet worden. Eerst de trein der verandering stoppen en dan de wissel verzetten of de trein naar achteren laten rijden

  6. In reactie op jouw blog en de reactie van Alderik. Om misverstanden te voorkomen eerst even mijn positie: ik ben sinds mei van dit jaar vanuit de VO-raad voor 3 dagen p/w gedetacheerd bij het bureau van onderwijs2032 en werk dus mee aan de verdiepingsfase.
    In het advies wordt een compacte uniforme kern voorgesteld van kennis en vaardigheden. Die kennis en vaardigheden worden in het advies globaal benoemd (dus vaag) met het idee dat in een ontwerpfase uit te werken tot een verplichte kern (macro) maar wel zodanig dat scholen voldoende ruimte houden om deze naar eigen inzicht uit te werken (meso).
    Naast de vaste kern, pleit het advies voor ruimte voor scholen om de kern te verbreden en te verdiepen, passend bij de eigen visie etc (meso) en daarbij de positie van de leraren te herzien: meer ontwikkelruimte en eigenaarschap. (meso en micro).
    In het debat loopt alles door elkaar, kern en keuzeruimte en het macro, meso en micro. Ik denk dat dat heeft geleid tot de kritiek dat het van bovenaf wordt opgelegd en dat het een stelselwijziging is. Van bovenaf? Is er nu al veel ruimte, als het voorstel als bedoeld wordt uitgewerkt, is er nog veel meer ruimte (ook voor leraren). Stelselwijzing? Ik weet niet wat dat precies is maar het zou natuurlijk kunnen dat als scholen kiezen voor een drastische omvorming, het stelsel er anders uit komt te zien.
    En dan het punt dat Alderik stelt dat het vaag is: dat komt denk ik omdat de invulling en uitwerking bewust open is gehouden (niet van bovenaf willen doen). En daar komen misverstanden van als dat er vakken zouden worden afgeschaft.
    De verdiepingsfase is o.a. bedoeld om het vage concreter te maken, niet door te zeggen wat Schnabel bedoeld heeft, maar door te kijken hoe het op meso niveau kan uitwerken. Ik hoop daarom op een positieve verdiepingsfase met goede argumenten en veel betrokken leraren, schoolleiders en besturen die samen optrekken.

    • Beste Annemieke,

      Dank voor je toelichting. Ik ben als docent werkzaam op een hbo-opleiding. Ik ben oprecht benieuwd naar hoe een “compacte uniforme kern […] van kennis en vaardigheden” er uit zou *kunnen* zien. Kun je daar een idee van geven?

  7. Ik plaats hier alleen nog reacties die ofwel ingaan op de argumenten in dit stuk of, wanneer ze het niet met die argumenten eens zijn, komen met een goed alternatief.
    Geen herhaling van de Twitterdiscussie van afgelopen week.

  8. Ik plaats hier alleen nog reacties die ofwel ingaan op de argumenten in dit stuk en, wanneer ze het niet met die argumenten eens zijn, komen met een goed alternatief.
    Nogmaals, geen herhaling van de Twitterdiscussie van afgelopen week.

  9. Ik heb het over het voortdurend herhalen van “Schnabelonzin”, “2032onzin” en woorden van gelijke strekking. Jelmer en ik hebben een serieus voorstel geschreven en de discussie daarover is ontaard in verdachtmakingen en loze kreten.
    Ik laat bij uitzondering deze reactie met 20 links toe. De regel is: niet meer dan 2 of 3 terzake doende links.
    Ik heb liever een reactie waarbij je in je eigen woorden je argumenten geeft. Dan kunnen anderen daar weer op reageren

    • Beste Frans van Haandel
      Mijn bedoeling met de verschillende posts over 2032 is bij te dragen aan vernieuwing van het curriculum en een verbetering van de toetsing en examinering. Daarbij verwelkom ik bijdragen die de discussie werkelijk verder helpen. De argumenten tegen kennen we nu wel. Dus als je een voorstel hebt hoor ik dat graag en dan kun je dat hier publiceren.
      Ik heb geen zin in een herhaling van de onverkwikkelijke Twitterdiscussie van afgelopen week op de blogs die ik beheer.
      Je eerste reactie heb ik overigens verwijderd omdat je emailadres linkt naar een commerciële pagina van Tele2. Ik plaats ook geen reacties meer met een groot aantal links.
      Groet
      Dick

  10. In Belgie is ook een publiek debat geweest over de richting waarin onderwijs zou kunnen, willen of moeten veranderen. Dit debat heeft uiteindelijk een lijst van ’13 dingen die we in op school willen leren’ opgeleverd. Mogelijk kunnen wij in Nederland zowel voor wat de uitvoering betreft als voor wat de lijst betreft hier iets van leren.

    Via klasse.be:

    Publiek debat over eindtermen
    Deze lijst van 13 items is het resultaat van een publiek debat over de eindtermen. Daarover liet Vlaanderen in het voorjaar van 2016 zijn stem horen.
    19.000 bezoekers waren actief op het internetplatform Onsonderwijs.be, meer dan 2000 standpunten werden gedeeld, 13.000 jongeren namen deel aan discussies in hun school en 169 middenveldorganisaties gaven hun mening.

    Conclusie op het afsluitende Onderwijsfestival:
    “Vaak krijgt men de indruk dat ‘onderwijs alles moet oplossen’, maar dit debat maakt duidelijk dat de Vlaming toch kiest voor 13 hoofdlijnen, en niet voor een wirwar aan opinies, waar het onderwijs dan maar mee aan de slag moet.

    Het debat getuigt van een grote zorg voor onderwijs, dat niet overbevraagd mag worden, maar dat tegelijk breed geworteld moet zijn in de uitdagende maatschappij van vandaag. De Vlaming waardeert bruggen tussen samenleving en onderwijs heel erg én wil ze versterkt zien.”

    https://www.klasse.be/41955/debat-eindtermen-13-clusters/#comment-7222

  11. Beste Dick dank voor, opnieuw, een inhoudelijk sterk en verzoenlijk blog.
    Ik denk dat de discussie er ook bij gebaat is, de term curriculum een beetje te nuanceren.
    Het formele / geplande curriculum wordt in NL traditioneel vastgesteld door de overheid. Dat gebeurt ivm onderwijsvrijheid alleen in algemene termen, al lijkt het (in de bovenbouw) door de examens ex post meer dichtgetimmerd. Het uitgevoerde curriculum is daardoor het domein van docenten / scholen, die daarop traditioneel grote vrijheid hebben (die door tijdgebrek en vermethodieking weinig wordt gebruikt)
    Een kritiekpunt op Schnabel dat je niet noemt, maar waar ik zelf wel last van heb, is de ogenschijnlijke vaagheid ervan. Doordat (nog) niet duidelijk is wat een en ander concreet betekent, is de discussie ontaard in een soort ideologische exegese: iedereen leest erin wat zij/hij er wel of juist niet in wil lezen. De volgende adviezen zouden er naar mijn smaak dan ook goed aan doen meer concrete duiding te geven.
    Belangrijk is daarin ook het verschil tussen dat geplande en dat uitgevoerde curriculum, en over de verschillende niveaus waarop dat gestalte krijgt (macro, meso, micro). Zolang in discussies niet duidelijk wordt gemaakt over welk niveau we spreken (nationaal, schoolniveau, lesniveau), blijft het een vruchteloos gekakel.
    Als mijn exegese klopt (maar ja, dat is dus ook exegese) is het namelijk niet alleen zo dat docenten meer vrijheid krijgen. Zij worden uitgenodigd om mee te praten over het kerncurriculum, dat als gepland curriculum, dus op macro-niveau, sterker dan voorheen zal worden vastgelegd – maar wel voorlopig, in ontwerpcycli. In de uitvoer daarvan, en in het ontwikkelen van het schoolgebonden vrije deel van het onderwijs (uitgevoerd curriculum, meso- en microniveau) hebben en houden docenten de vrijheid die ze altijd al hadden. Naar mijn smaak is de winst hier vooral om routines en structuren te ontwikkelen die het hen mogelijk maakt daar ook daadwerkelijk vorm aan te geven…
    Wordt zeker vervolgd

  12. Denk ook aan loodgieters. Tegenstanders woorden in de mond leggen. #Schnabel2032 deed het, Dick doet het.

  13. Denk ook aan loodgieters. Woorden in de mond leggen is een gewoonte geworden in het #Schnabel2032 circuit:
    Tegenstanders van het advies zien geen noodzaak voor vernieuwing.

Trackbacks/Pingbacks

  1. Onderwijs2032. Antwoord aan Frans van Haandel | Dick van der Wateren's Blog - 27/08/2016

    […] Meester dat je me voor de zomer stuurde. We raakten in gesprek toen jij reageerde op mijn blog Broodnodige Nuance en ik op jouw blog Kritisch denken over Onderwijs2032. Op mijn verzoek verwoordde je je […]

  2. Reactie van Frans van Haandel op 2032 | Dick van der Wateren's Blog - 19/07/2016

    […] van Haandel reageerde op mijn post Onderwijs2032. De broodnodige nuance. Ik wilde zijn reactie niet plaatsen omdat die zo’n 20 links bevatte en daardoor niet erg […]

  3. Een persoonlijk perspectief op Onderwijs2032 en onderwijsvernieuwing – Onderwijzerblog - 18/07/2016

    […] reactie op de blog van Dick van der Wateren liet ik met een lijst artikelen over Onderwijs2032 zien dat de kritiek op Onderwijs2032 veel […]

Geef een reactie of deel je eigen ervaringen.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: